Hoge Duinenlaan (Georges Hobéweg) en Jules Thiriar

hoge duinenlaan - 26

Hoge Duinenlaan richting Zeelaan. Links Villa Kykhill. Rechts Villa Doll met erachter Villa Star. Rechts onzichtbaar daalt men naar beneden via de Thiriarweg. Foto vanuit Hoge Duinenlaan

De Hoge Duinenlaan bezoeken we in 2 gedeelten die volledig verschillend zijn zowel in reliëf als in aanleg. Na een stevige klim via de Thiriarweg blijven we hier even uitblazen aan Villa Doll  (niet op de muurtjes van villa Doll zitten!). We hebben er een mooi panorama over de huidige Dumontwijk, maar van zeezicht, zoals op bovenstaande foto, is geen sprake meer. Dit steile gedeelte kunnen we moeilijk een “laan” noemen maar eerder een “weg” (vroeger “Sentier des Hautes Dunes“) en waarom niet “Georges Hobéweg” ter ere van architect Georges Hobé.

25381946083_f4d4fd9959_o

Op het kruispunt 3 villa’s: midden Villa Doll, rechts koppelvilla Bess [Victoria]-Jolimont. (helemaal links Villa Star)

25377988744_2457249b8d_o

Koppelvilla Bess [vroeger Victoria],- Villa Jolimont; rechts Villa Jolie Nègre en na de Tweede Werwldoorlog vakantiekolonie Blanche Neige. Nu ook terug herbouwd tot koppelvilla  [oorspronkelijk ook koppelvilla Berg en Heuvel en ’t Duivekot] . Tussenin aan de horizon Villa’s Les Houx en Les Flots. Helemaal rechts de “Mont Blanc”.

Dumontwijk

Duo-foto van Freddy Penel

Dit is ook een idyllisch plaatsje in de rustige wijk (ook in ’t seizoen). Een rustbank zou hier niet mogen mankeren. Er zijn zelf toeristen die hier helemaal het noorden kwijt zijn. Honderd  jaar geleden was dat blijkbaar ook reeds zo, alhoewel men een veel meer open vergezicht had. En toch hebben ze dan een mooie wandelwegwijzer geplaatst aan Villa Bess (zie tweede foto hierboven). Misschien een idee om terug te plaatsen.
Aan de hand van de koppelvilla Bess-Jolimont is het hier ook een mooie plaats om de cottage stijl toe te lichten.

1. De cottage-bouwstijl
De Dumontwijk is ontstaan op het einde van de 19de eeuw. Op dat moment waren er 2 onderscheiden modeverschijnselen: de tuinwijkgedachte en de cottage architectuur.

De tuinwijkgedachte is in Engeland ontstaan als reactie op de industrialisatie in het eerste deel van de 19de eeuw. Er werd gestreefd om tuinwijken te bouwen voor fabrieksarbeiders bestaande uit één- of tweegezinswoningen die elk een apart tuintje hadden. (cf later de tuinwijken van de Limburgse steenkoolmijnen). Om de rust en de privacy te vrijwaren was er ook een duidelijke hiërarchie in het wegennet. Het natuurlijk reliëf van het terrein moest gerespecteerd en behouden worden. Van deze sociale ideeën is in de toepassing van de tuinwijken aan de Belgische kust geen spoor meer te bekennen. De tuinwijkgedachte richtte zich hier eerder op de betere bevolkingslagen, namelijk op de kleine elite die de financiële middelen had om aan het ongezonde stadsleven te ontvluchten.
Ook de architectuur werd beïnvloed door Engelse voorbeelden.
De cottagestijl is ontstaan in de 19 de eeuw in Engeland als reactie op de Victoriaanse tijd, een periode waarin alle artistieke creaties, zoals architectuur en schilderkunst, slaafs de conservatieve en klassieke regels van de koninklijke academies van beeldende kunst en architectuur volgden. De cottagestijl druiste daartegen in omdat ze gebaseerd was op de kleine landhuizen op hun beurt afgeleid van oude boerderijtjes. (vb in Sussex). Een aantal details die ook vandaag nog worden toegepast in de architectuur, zoals rieten daken en erkers in het exterieur en open haarden wat het interieur betreft, werden voor het eerst toegepast in de cottage-architectuur en betekenden toen een revolutionaire breuk met de architectuurtraditie die in Engeland heerste. Het belang van streekeigen karakteristieken zijn niet enkel in de Engelse de cottage-architectuur van belang maar ook in onder meer België en Frankrijk waar er ook architecturale verschillen worden aangetroffen naargelang de regio. Zo hebben de Belgische cottages een dak in leien of dakpannen. Net zoals bij het concept van de tuinwijken, vormt de aanwezige natuur een belangrijk onderdeel van de architectuur. De woning wordt bijgevolg aangepast aan het natuurlijk reliëf van de kavel. Dit gebeurt onder ander door middel van buiten-trappartijen die het niveauverschil overbruggen. De cottage is makkelijk te herkennen door de vele in- en uitsprongen in het volume. Voorportalen (open of halfopen), loggia’s, terrassen, erkers, torens, balkons, enz… zorgen ervoor dat er een ingewikkeld en onregelmatig volume ontstaat. Bijna elke muur heeft een eigen karakter want uniformiteit en ééntonigheid zijn allesbehalve kenmerkend voor de cottage-architectuur. De in- en uitsprongen hebben naast een esthetische waarde ook utilitaire waarde. Ze bevorderen namelijk de relatie tussen de woning en de omgeving. Door gebruik te maken van een insprong wordt de natuur als het ware naar binnen gehaald. Een uitsprong heeft het tegenovergestelde doel: de personen die zich in de woning bevinden, het gevoel geven dat ze midden in de tuin zijn. Tevens laten ze meer zonlicht binnen in de erkers. Meestal worden op de hoeken steunberen toegepast. Het onregelmatige spel van het volume is ook terug te vinden in het dak. De onderling gekoppelde, verschillende dakdelen vormen een complexe éénheid. Dit komt doordat elk onderdeel een andere richting, vorm, niveau of structuur kan hebben. Het veelvuldig gebruik van dakkapellen maakt het geheel nog chaotischer. Het pseudo-vakwerk wordt in de cottage-architectuur geïntegreerd omwille van haar decoratieve waarde en reminiscentie aan het verleden van kleine landhuizen waar het vakwerk een constructieonderdeel was. Het vakwerk wordt in de cottages langs de Belgische kust geïmiteerd, er wordt bijna nooit echt vakwerk gebruikt. Het balkenpatroon is niet opgebouwd uit hout maar uit stucco, en maakt bijgevolg geen deel uit van de dragende elementen van de gevel. Er wordt een fijne, houten bekleding op het stuccoraster geplaatst zodat het idee ontstaat dat het om echt vakwerk gaat.

Style Bateau: Villa Simone André Paul op de hoek Visserslaan-Albert Dumontlaan

In de vervolgwandeling “Architectuurbad in De Panne Bad” bezoeken we een volledig andere architectuur van de “Interbellum Periode”. Na 1920 was het hoogtepunt van de “cottage-architectuur” echter voorbij door de opkomst van het modernisme ook in de villabouw. Het modernistische ideeëngoed had dezelfde betrachtingen als de Engelse tuinwijkgedachte namelijk een oplossing bieden voor het woningtekort als gevolg van respectievelijk de eerste Wereldoorlog en de Industriële revolutie. De aanwezige oppervlakte moest beter benut worden en dat werd gerealiseerd door de bouw van halfopen en gesloten bebouwing en de opmars van meergezinswoningen. Kenmerkend voor deze modernistische stijl zijn de platte daken, de sterk afgeronde hoeken, de doorlopende raampartijen, het gebruik van beton voor constructief belangrijke en decoratieve onderdelen en het nastreven van een “modern” effect door het gebruik van sierlijke tegels, siergevelstenen en cimorné (trekt op granito ). Deze stijl werd vanuit het binnenland overgenomen door onze plaatselijke architecten: Oscar Vermeesch en vooral Louis Legein. Er  staan er ook een paar gebouwen in de Art Deco “Bootarchitectuur” (beter gekend als “Style Bateau”). De toren verwijst naar de schoorsteen van de, door stoom aangedreven, pakketboten. De trap symboliseert de loopbrug die de boot met de aanlegsteiger verbindt. De ronde ramen verwijzen naar de patrijspoorten. De balkons worden afgeschermd door balustrades die herinneren aan de relingen van de pakketboot. Bij de Legein gebouwen is ook altijd een constructie aanwezig voor een vlaggenmast boven het dak (zie foto)

2. Evolutie:
Het residentieel gedeelte van de Dumontwijk is vrij gaaf bewaard gebleven in de stijl van vóór de Eerste Wereldoorlog. Er is wel een stijlevolutie merkbaar maar dit ging meestal niet gepaard met een moedwillige vernietiging/afbraak van de woningen. Kenmerkend –maar zeer jammer!– zijn de veranderingen die na verloop van tijd uitgevoerd zijn aan de bewaard gebleven cottages, waardoor de woningen heel wat aan de typische kwaliteiten van de cottage-architectuur hebben ingeboet.
Spijtig werden sommige gevels gewoon volledig wit geschilderd in analogie met de Concessie Het Zoute te Knokke of de Concessie De Haan. Dit past zeker niet in de vooroorlogse bouwstijl waarin mooi gebruik gemaakt werd van onze typische Nieuwpoortse baksteen (met weinig onzuiverheden, vandaar de bleke kleur. Honderd percent zuivere klei geeft witte kleur cf porselein). Logischerwijs werden veel open terrassen dicht gemaakt. Ten eerste omdat de vakantiewoningen oorspronkelijk alleen benut werden in de zomervakantie  en de weersomstandigheden aan de Belgische kust niet van dien aard zijn om in het winterseizoen van bijvoorbeeld een terras of loggia te genieten en ten tweede omdat er een verlangen is naar grotere leefruimtes (nu komen de toeristen gans het jaar naar de kust). Niet enkel terrassen, loggia’s en portieken maar ook erkers en dakkapellen moesten het vaak ontgelden, zij werden tijdens verbouwingen vaak weggewerkt (zie bovenstaande foto’s). Regelmatig werd het pseudo-vakwerk witgeschilderd en soms ging men nog verder door de volledige woning wit te schilderen (zie links deel van de koppelvilla).
Zoals reeds beklemtoond zou het een opvallende verbetering zijn door terug overal de vensterluiken aan te brengen.

3. Het duinenreliëf werd gerespecteerd:

panorama algemeen

De 5 villa’s in de duinen maar de vijfde rechts nl Beau Séjour is nog niet gebouwd.Van L. naar R.: 5. koppelvilla “D’Hoge Dune” en “Florian” in de Zeekruisdoornweg, 4. Villa Les Airelles tussen Visserslaan en Kykhillweg, verder 3. Villa Kykhill en verst 2. Villa Star. Al deze villa’s bestaan nog.

De Panne: drie villa's op evenveel duinen

Bron: DEPANNEVERBEELDT. Openklikken

De eerste Belle Époque vakantiegasten brachten voor de streek een nieuwigheid met zich mee: in plaats van in een duinpanne beschutting te zoeken tegen weer en wind (zoals de oorspronkelijke vissersbevolking deed door hun huizen in een panne te bouwen), ontstond een drang naar een zo weids mogelijk uitzicht waardoor enkelen het aangedurfd hebben om een woning te bouwen op een duintop. Vandaar de 5 villa’s op de duinen. Lees>>>

De Panne is de enige van kustgemeenten waar de laat middeleeuwse paraboolduinen nog te zien zijn. (zie tekening hieronder en voor uitleg over het ontstaan Lees>>>)

Alle paraboolduinen in De Panne. De groen gekleurde is de Duin van de Dumontwijk

Op de plaats van de Dumontwijk was vroeger ook een paraboolduin (groen). Tussen de 2 armen van een paraboolduin is steeds een duinenpanne uitgeblaasd tot aan het grondwaterniveau.  Deze reliëfsituatie zien we duidelijk op onderstaand plan links. Ten zuiden werd de paraboolarm niet aangeraakt maar wel ten noorden. Daar alleen platgemaakt zonder zand weg te voeren. Vandaar heeft De Panne een natuurlijk hooggelegen zeedijk zodat de terrassen op zelfde niveau kunnen. (cf Oostduinkerke maar NIET de andere kustgemeenten. Dus vrij uniek).
Middenin ligt de vlakke duinpanne, even vlak en hoog als het vroegere hoogste grondwaterniveau (steeds regenwater). Dus zonder pompen zou er steeds risico van overstroming zijn. Vandaar hadden de villa’s in deze zone nooit kelders of ondergrondse garages.

In geen enkele villawijk aan onze kust werd het oorspronkelijk duinreliëf zo goed behouden.  En dat is juist één van de grote verdiensten van Albert Dumont die het oorspronkelijk duinenreliëf heeft behouden en zelfs benut om op de 5 hoogste toppen telkens een mooie villa te plaatsen met “vue sur mer”.
De toegangsweg, de Zeelaan, naar het strand werd in een bocht aangelegd juist achter deze paraboolduin, aan de lijzijde. Veel mensen zeggen nu:
Wat een mooie Zeelaan in een sierlijke bocht. Veel mooier dan alle Zeelanen aan de Belgische Kust die telkens recht naar de zee lopen. DIE ALBERT DUMONT MOET WEL EEN GOEIE ARCHITECT GEWEEST OM ZO’N MOOIE GEBOGEN ZEELAAN TE ONTWERPEN “.
Maar in feite is dit grotendeels uit praktische overwegingen.  Belet ook hoe het stratenpatroon ingebed is in dit landschap, maar hierover meer bij de Urbanisatieprinciepen.

4. Andere mooie villa’s
Een beetje dieper richting zee  zien we nog één zeer oude mooie villa.

hoge duinenlaan - 36

Villa Jolie Nègre [vroeger Villa Duvekot en Berg en Heuvel]. foto Hogeduinenlaan richting strand

De Panne: bebouwing begin 20ste eeuw in de 'Sentier des Dunes'

Bron: DEPANNEVERBEELDT. Dus openklikken

Aan de overzijde zien we Villa Het Torentje van de gemeentearchitect Charles Crevits. Gebouwd in het interbellum (dus NA de Belle Époque periode). Misschien ontmoet u daar, tweede verblijver, Anne Marie Delepiere medeauteur van het boek “Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen” die de eerste basis was voor de bescherming van de Dumontwijk.
hoge duinenlaan - 41

hoge duinenlaan - 43

Op 11 maart 2010 komt Vlaams minister Geert Bourgeois (N-VA) om het Herwaarderingsplan voor de Dumontwijk te ondertekenen in het Park Hotel. Dit kadert in een uitgebreider werkbezoek met o.a, bezoek van Le Chalutier.

We keren terug richting Zeelaan.
Het de eerste villa aan de linkerkant is ook een Dumontvilla : “Les Sablines” [6] Tijdens Eerste Wereldoorlog, was deze villa een oorlogsziekenhuis.  Deze villa werd vergroot richting Zeelaan. Blauwe Zuster Mechtilde behandelde hier de typhusgevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog..

Albert Acou

Hier woonde Albert Acou. (92 j geworden). Menig toerist hielt er halt om zijn naïeve kunstwerken te bewonderen die hij maakte op basis van schelpen. Hij werd een toevallige kunstenaar toen een klein meisje vanuit Wallonië bij hem op vakantie kwam en iets wilde knutselen met de schelpen die ze op het strand verzameld had. Hij gaf haar een houten sigarenkistje en een tube lijm. Ze versierde dit met onze kleurrijke schelpen en het idee sloeg in bij Albert. Tijdens de wintermaanden maakte hij kunstwerkjes die hij permanent ten toon stelde aan de gevel van zijn huis.

Rechtover deze villa bevindt zich één van de ingangen naar villa Star, de villa van professor Jules Thiriar. In 1959, onder het burgemeesterschap van Honoré Gevaert, voorziet het BPA8 “Openbaar park en omgeving” in de aanleg van een openbaar park. In datzelfde jaar werden hiervoor 3 aankopen verricht van de diverse terreinen van de duin waarop de verkrotte villa Star nog stond (weliswaar in bouwvallige toestand). We gaan door dit poortje  naar de top van de duin.

hoge duinenlaan - 17

thiriarweg - 30

“View of the Artist”.

hoge duinenlaan - 14

Vergelijk met de foto hierboven. Zicht vanaf Villa Kykhill

Binnenindeling Villa Star

We komen op het uitkiijkplatform dat niet anders is dan de gerestaureerde funderingen van Villa Star. Aan de hand van nevenstaand plannetje werd de binnenindeling terug geëvoceerd. In de  “Salle à manger” staat nu een grote tafel. We zetten ons aan die tafel om te luisteren naar het verhaal van professor Jules Thiriar.
Een klassieke vraag is: “Wat doet die steenput hier zo hoog”. Antwoord: “Dit was een geen steenput maar een “gesloten verzamelvat. Hierin kon het regenwater van het dak verzameld worden maar deze kon bijgevuld worden vanuit de overdekte steenput beneden langs de Thiriarweg, via een handpomp naast de put en een leiding naar boven” (bron: een ooggetuige)

Hier genieten we van het prachtig panorama. In de winter kan men de lichtjes van Duinkerke zien. (ook de ideale rustige plaats om op een mooie zomeravond zonder wind een wijntje te drinken)

Beneden zien we de mooie villa ‘Nadiejda” (of Nadezhda = “de hoop” in het Russisch) gebouwd door architect Ernest Acker in 1905. Ook zeer mooi binnenin. Boven op het gedeeltelijk plat dak van de villa was een uitkijkplatform met balustrade. (over de arch. Acker meer in volgend artikel)

hoge duinenlaan - 24

Villa Nadiejda

Eén van de meest Engelse cottagestijl van de Dumontwijk bevindt zich achter de eigentijdse villa, verscholen tussen de seringen: nl Villa Kykhill [2](1897). De Brusselse architect Georges Hobé heeft het als vakantiewoning gebouwd voor hem en zijn familie, maar hierover meer in de volgende straat nl de Kykhillweg.

Villa Kykhill

Hierboven op de plaats waar professor Jules Thiriar op verlof kwam kunnen we even zitten op de plaats waar vroeger zijn living was en wat vertellen over deze illustere persoon.

5. Professor Jules Thiriar

is geboren in Saint-Vaast (bij La Louvière) in 1846 in een gezin afkomstig van Luikse boeren maar met kleine aannemersactiviteiten voor de koolmijnen van de Borinage. Hij studeert geneeskunde en chirurgie aan de ULB te Brussel.
In plaats van gemakkelijkshalve een dokterspraktijk op te bouwen te La Louvière vestigt hij zich in 1871 (25 j) in één van de arme wijken van Ixelles waar hij werkt in opdracht van het “bureau de Bienfaisance” van deze gemeente. Zijn bedoeling is vanaf de beginne, zich bekwamen in de chirurgie. Daar doet hij zijn eerste thuisoperaties in de achterbuurten (wegnemen van de eierstokken). Hij ziet er veel armoede en ellende. In die tijd is er reeds kennis om de wonden goed te desinfecteren (antiseptische technieken) maar men heeft weinig aandacht voor het aseptisch maken van de werkomgeving en van de instrumenten. Hij gaat in opleiding te Wenen waar hij door deel te nemen aan operaties de nieuwe antiseptische technieken van Lister leert. Hij gebuikt die ook voor zijn thuisoperaties maar aangevuld met grote ontsmettingsvoorbereiding van de omgeving om besmetting te voorkomen. Hij geraakt bekend door het grote slaagpercentage van zijn operaties voor het wegnemen van de eierstokken en de behandeling van buikvliesontstekingen.
Intussen wordt hij afdelingschef van de lijkschouwingen van de hospitalen van Brussel. Dissectie en pathologische anatomie zijn ideaal om hem te vervolmaken voor zijn verdere chirurgische carrière. Iedereen staat versteld van zijn snelle en precieze operatietechnieken. Aan dit manueel talent, moet toegevoegd worden, de constante zorg voor de toepassing van de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en de nieuwe theorieën. (Louis Pasteur heeft de “microben” pas ontdekt in 1865)
Vanaf 1882 zien we hem ook aan de VUB. Hij wordt er in 1897 hoogleraar (56j) en in 1905 hoofd van de Faculteit Geneeskunde (59j). Maar tezelfdertijd opereert hij in de Brusselse ziekenhuizen: eerst in Saint-Jean en later Saint-Pierre. Onder zijn beste leerlingen bevindt zich dokter Antoine Depage, 16 jaar jonger, die later de opvolger wordt van zijn leerstoel. Het is deze dokter Depage die zich zeer verdienstelijk gemaakt heeft gedurende de eerste wereldoorlog door de oprichting en uitbating van het wereldberoep RODE KRUIS hospitaal “l’Océan” te De Panne. Professor Thiriar heeft ook aan de basis gestaan voor de oprichting van een operatiezaal in het hospitaal van zijn geboortestreek: La Louvière. Hij voert er als eerste de operaties uit samen met zijn collega de dokter Depage.
Mooie anekdote: in het begin van zijn loopbaan in de armenwijken van Ixelles heeft de Parijse beeldhouwer Rodin zich een tijdje in Brussel gevestigd. Hij woonde op 2 stappen van Thiriar. Toen de kunstenaar zich een breuk geheven had heeft Thiriar hem onmiddellijk gratis geopereerd. Als dankbaarheid heeft de kunstenaar een beeld van hem gemaakt in gebakken klei. Het is een geslaagd kunstwerk waarvan er nu meerdere bronzen afgietsels geëxposeerd worden o.a. in de ULB en vele ziekenhuizen in Wallonië.
Thiriar wordt ook de lijfarts van koning Leopold II. Men vermeldt zelfs een diepe vriendschap tussen beide mannen. Wij zien hem bijvoorbeeld op de koninklijke tribune, net achter de Koning, ter gelegenheid van de plechtigheden van de 75ste verjaardag van België in 1905, zowel in Brussel als in Oostende, De koning is op rijpere leeftijd nog verliefd geraakt op een 17 jarig meisje: Blanche Delacroix. Toen zij in 1905 zou bevallen in Villefranche-sur-Mer (bij Nice) heeft de koning zijn lijfarts Thiriar gevraagd om naar daar te trekken voor de bevalling. De professor, trok zich uit deze delicate situatie, door zijn neef, dokter Lucien Thiriar naar Nice te sturen. Lucien wordt aldus peter van Lucien Delacroix, eerste zoon van Leopold II met Blanche, die men toen reeds de barones Vaughan noemde.
Toen de koning plots ziek wordt in 1909 roept men Jules Thiriar naar het “Paviljoen van de Palmen” in Laken. Hij diagnosticeerde een obstructie van de grote darm en besluit zeer snel tot een chirurgische ingreep. De Koning wil liever wachten op de stemming door de senaat van de “wet op de verplichte legerdienst”. (14 december 1909). Maar men wacht niet en Leopold II wordt nog dezelfde dag ter plaatse geopereerd. Dokter Antoine Depage voerde de operatie uit voor occlusion op néoplasme van de sigmoïde. De koning komt nog maar juist uit verdoving toen het wetgevende document hem voorgelegd wordt. Zoals gewoonlijk leent de koning de vulpen van professor Thiriar om de laatste officiële handtekenig van zijn leven te zetten. Op 17 december s’ochtends, de verjaardag van zijn kroning, overlijdt Leopold II aan een embolie, in aanwezigheid van zijn trouwe arts evenals van Professor Antoine Depage.
Naast zo’n druk leven vervult de rasechte liberaal Thiriar gedurende 18 jaar ook belangrijke politieke functies uit. Eerst verkozen als Provinciaal gedeputeerde in provincie Brabant, later als volksvertegenwoordiger van 1886 tot 1894 en senator van 1894 aan 1900. Hij was ook lid van de Vrijmetselarij.
Dit vele werk was geen beletsel voor zijn zieken en zijn onderwijs te verzorgen. Zijn toespraken getuigen steeds het respect van de mens, de bescherming van de armen en de verdediging van de wetenschap. Hij is tegen overvloedig huiswerk bij de kinderen vooral in arme gezinnen. Hij ijvert ook om een permanente en efficiënte hulpdienst voor de slachtoffers van de spoorwegongevallen te organiseren.
Hij was niet onbemiddeld. Zo had hij als buitenverblijven: een grote villa te midden van een park van meer dan 5 hectaren “Spiroux” te Ukkel, de villa “Star” in De Panne, een villa op de dijk aan Nieuwpoort-bad, de boerderij van zijn vader en de boerderij “du Coq” in Salint-Vaast.

Hij heeft zeer vroeg zijn twee eerste kinderen quasi tezelfdertijd verloren t.g.v. typhoïde koorts. Zijn twee volgende kinderen één jaar en twee jaar later studeerden geen geneeskunde. De jongste Mauritius is op 20 jaar aan het IJzerfront gesneuveld. Hij bezocht de Belgische kust, waar de manier van zeebaden, door Koning Leopold II gelanceerd, veel élite aantrok. Het kwam eerst naar de villa “Star” in De Panne die door zijn zuster werd gebouwd en welke hij geërfd heeft. Later ging hij meer naar een villa op de dijk van Nieuwpoort-bad. Hij liep graag rond op de dijk, getooid met een pet van zeeman; hij fotografeerde veel zijn familie, zijn huis en vissersboten.
Op 29 juni 1913 is hij gestorven door een hartaandoening terwijl hij zijn vriend onderzocht.
Dertien maanden later, barstte de oorlog uit en kende aan Antoine Depage, zijn beroemdste leerling, het pijnlijk voorrecht om voor de eerste keer op een slagveld de chirurgie uit te oefenen die door zijn meester werd onderwezen.
Professor Senator Thiriar wordt algemeen aanzien als de eerste grote chirurg in de wereld die met groot succes inwendige operaties toepaste met gebruik making van antiseptische regels (steriliseren, handen wassen,…). Verder was hij zowel bevriend met de armsten als de hoogst geplaatsten van de maatschappij.
Hij verdient zeker een standbeeld of te minste een gedenkplaat in De Panne!

thiriarweg - 23

Veel chirurgen kwamen uit gans Europa meevolgen hoe professor Thiriar opereerde.

Nu wandelen we de trap naar beneden richting Zeelaan. We genieten van de weelderige struikenaanplant, maar over dit “Kykhill Duinpark” meer in volgende DE BLIEDEMAKER.
We dwarsen het Hobépad en komen in het tweede gedeelte van het Kykhillpark.

Volgend artikel: Kykhillweg en architect Hobé

Op de oude tweetalige site met  ongeveer een 500-tal foto’s en postkaarten wordt via een volgende reeks DE BLIEDEMAKER vernieuwd. De oude wordt gecorrigeerd, maar niet uitgebreid en blijft voorlopig on-line Lees>>>

Voor verdere info over de Dumont-wandelingen kunt u best terecht bij Johan Dhaenens ( GSM: 0479 61 98 50).

Het is voor mij ook een groot genoegen indien u aanvullende gegevens over de Dumontwijk zou kunnen laten geworden Jose.Decousemaeker@gmail.com

Meer postkaarten van de Hoge Duinenlaan op Flikr (1 pagina  met links naar 100-tal postkaarten) Klik>>>


Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Achitectuur, Erfgoed, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.