Onze dierbare Duinen (Deel 3 van 9)

Blauw is recent bijgevoegd
Cursief = Overgenomen uit de scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert

Midden in de Westhoekduinen-2012


De grote bouwdrift aan de kust kwam pas echt op gang met de ontwikkeling van het massatoerisme na WO II. Het natuurlijk landschap ging definitief verloren (was reeds redelijk gevorderd in De Panne maar nu over de ganse kust). De duinen werden eens te meer, maar nu op grote schaal het slachtoffer van grondspeculatie, illegale constructies en onvoldoende milieumaatregelen.  De ontwikkeling van de sociale verzorgingsstaat verschafte meer vrije tijd en het nodige vakantiebudget, zodat ook de gewone burger kon genieten van de alom geliefde zon-, zee -en strandvakantie. Het toerisme was een ‘sociaal recht’ en moest dus mogelijk zijn voor alle bevolkingslagen zonder onderscheid. Op deze wijze werd de toeristische markt verbreed en de vraag vergroot. Het beleid van de kustgemeenten werd gestuurd door de toeristische industrie en gedomineerd door het winstmotief.  Zolang de toeristische vraag aanhield, kon de bouwsector zijn wetten blijven dicteren aan het milieu.
Nieuwe woonwijken, flatgebouwen, campings, vakantiecentra, havens, recreatieparken veroverden de ganse kustlijn.

Achterkant van de Leopold II laan vanuit het Jeanne d’Arc pleintje

Wegens een stijging van de loonkosten en de toenemende druk op de vraag naar verblijfsaccommodatie schoten de grondprijzen in de jaren zestig de hoogte in.Het appartementstoerisme bood dan ook een antwoord op de vraag naar relatief goedkope gezinsvakanties en ontwikkelde zich snel tot de dominerende verblijfaccommodatie aan de kust. Deze werden steevast aan het zeefront ingeplant, want elke vakantieganger eiste zicht op zee en duin op loopafstand.

Begin van de jaren 50 is de sloop van de vele mooie villa’s op onze Zeedijk in een stroomversnelling gekomen. De eerste hoge buildings waren baanbrekend (van L naar R: Star Residentie (1950), Strand Residentie (1950), Residentie Baudouin (1952).

Parallel met het appartementsaanbod kende het kampeertoerisme een snelle expansie. De tenten kwamen vaak ongeordend en verspreid in de duinen terecht, waardoor het uitzicht van het duinlandschap sterk veranderd werd. Om de wildgroei van kampeerterreinen in duingebied aan banden te leggen, werd er in 1954 een wet op kamperen van kracht. De tent werd daarbij al snel omgeruild voor de caravan en later de vakantiehuisjes. Een versteningsproces van tent tot bungalowdorp was onvermijdelijk.

Camping Zeepark (vroeger Camping Ryckman genoemd). Foto eind jaten 50

Een horizontale groei van de badplaatsen in duin en polder enerzijds en een verticale verdichting die zich voornamelijk situeerde langs de zeedijken anderzijds, transformeerde de kustlijn uiteindelijk tot een eindeloze muur van beton, ook internationaal bekend als “The Atlantic Wall”.
De democratisering van het kusttoerisme veroorzaakte uiteindelijk de vernietiging van het kustmilieu door een extreme exploitatie.

De Atlantic Wall met nog 3 geklasserde villa’s. Foto: Martine Vanduüren-2018

Toch enkele lichtpunten speciaal aan de Westkust.
1. Oprichting van de ‘Belgische Natuuren Vogelreservaten’ (BNVR) in 1951

Gesticht door ornithologen. Doel was de aankoop van natuurgebieden, geïnspireerd door de Nederlandse zusterverening Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Nadat natuurbehoud onder de gewesten kwam te vallen rond 1980, werd de BNVR gesplitst in Natuurreservaten in Vlaanderen en Réserves Naturelles in Wallonië en het Duitstalige gewest. In 2001 ontstond de organisatie Natuurpunt, een fusie van Natuurreservaten en de andere Vlaamse natuurorganisatie van enige omvang 0.a., De Wielewaal).


2. Staatsnatuurreservaat WESTHOEK in 1957 het eerste in Vlaanderen (kort na dit van de Hoge Venen in Wallonië). Dit is vooral een uitvloeisel van de acties van Edmont Rahir midden de jaren 30 (zie vorig artikel)

Het staatsnatuurreservaat

De NV-Westhoek  (opgericht in 1939: zie vorig artikel) heeft na de oorlog meermaals geprobeerd om tot een volledige declassering van hun 550 ha duinen te komen. Een eerste poging geschiede in 1948. Men eiste het herstel door de Staat van alle oorlogsverwoestingen, opruiming van de bunkers , de aanleg van een brede staatsweg  naar Frankrijk (een oude droom), een vliegveldje en een spooraansluiting juist achter het Calmeynbos met een station dichtbij het huidig rond punt van de Esplanade). Ook wilde men toelating voor villabouw in  het Calmeynbos langs de baan naar Adinkerke. Minister Huysmans antwoordde evenwel dat de bescherming strik behouden moet blijven. Het gevolg was dat vanaf 1950 de toeristen de toegang tot ALLE Calmeynduinen ontzegd werden (Westhoekduinen, Calmeynbos en ook Oosthoekduinen. Niet de Ollevier-Houtsaegerduinen). (De spelende kinderen hielden zich maar gedeeltelijk aan dat verbod, maar hadden wel veel schrik om de boswachter Georges Tournez tegen te komen).
In deze periode was er protest vanuit de gemeente (men wilde openstelling voor de toeristen) en ook van de “Koninklijke Commisie voor Monumenten en Landschappen” (voor bescherming) die nogmaals aandrongen bij de minister opdat de Staat alle landschappelijk geklasseerde Calmeynduinen zou opkopen.Als antwoord kreeg de Commisie opdracht tot een aankoopvoorstel. (Was immers reeds in 1912 door de staat reeds beloofd om de “Grote Westhoek” integraal te kopen).
Het laatste voorstel van het Ministerie van Financiën betrof een aankoop van 350 ha met als toegeving het “opheffing van het klasseringsbesluit voor de resterende duinen”. De “Koninklijke Commisie van Monumenten en Landschappen” werd om advies gevraagd en vond dit een spijtige zaak. Maar ingevolge besparingen van regeringswege en te hoge eisen van de NV Westhoek werd er niet verder meer over gesproken.
Ondertussen had de men bij de NV Westhoek tijdelijk de hoop opgegeven op een uitbreiding van de badplaats in de “Groten Westhoek” (later Westhoekverkaveling). Men opteerde eerder voor een uitbreiding in oostelijke richting maar het gemeentebestuur vond dat de badplaats nog over voldoende bouwgronden beschikte voor de komende 25 jaar. Ze hadden alleen maar schrik dat de NV. Westhoek het Calmeynbos langs de baan naar Adinkerke zou bebouwen met villa’s. Dat was immers mogelijk met het beschermingsbesluit van 1935/40.  Vandaar dat gemeente  begin van de jaren 50 deze gronden geleidelijk wou aankopen, met toelagen, om dit bos te behouden als wandelgebied voor de inwoners en toeristen.
Een urbanist ir. Deleye uit Koksijde krijgt in deze periode opdracht van de gemeente om een ontwerp van een eigen BPA op te maken ter confrontatie  van de diverse ontwerpen van architect Alexis Dumont in opdracht van NV Westhoek. Ir. Deleye kwam met een volledig nieuw ontwerp voor de proppen met nadruk op de Ollevier-Houtsaegerduinen.

Plan zonder datum (1950?) of architect met station en verbindingswegen De Panne-Baaltje. Villabouw op baan naar Adinkerke

 Hij stelde een hoefijzervorminge grote baan voor van 100 m breedte die De Panne volledig zou omsluiten. (vertrekkend van de Koninklijke Baan ter hoogte van de huidige inrit camping Zeepark, dwars door de Houtsaegerduinen, over de Veurnestraat en via een grote bocht door het Calmeynbos om aan te sluiten op de Duinkerkelaan). Van dit project is hier nog geen exact plan beschikbaar maar wel de felle kritiek van de NV. Westhoek via hun architect en aandeelhouder Alexis Dumont (1952).   Lees in ’t Frans>>>
Deze ringbaan werd verkeerdelijk “Groene Gordel” genoemd. De 2 rijvakken zouden 75 m  ver van elkaar liggen zodat tussenin een aanéénschakeling van “toeristische pareltjes” zou kunnen gerealisseerd worden (vb parkings, parken,  speelterreinen en sportclubs, mini-golf enz..). Dit stuitte op hevig verzet van de diverse grondeigenaars. Deze ringweg zou immers ongeveer 33 ha uit de NV. Westhoek wegsnijden en 12 ha uit de duinen van de familie Ollevier Houtsaeger. Dus 45 ha in het totaal. Andere redenen waren dat men de Franse toeristen niet rond De Panne mocht afleiden maar integendeel juist naar het centrum moest sturen (waar hebben we dat nog gehoord?).  Ir. Deleye wou het verkeer buitenhouden om aldus de bestaande karakter van de site te bewaren met zijn duinreliëf en typische cottages.
(Lees o.a. “Waarheen met de Koninklijke Baan”>>>>)
In 1954 komt de er schot in het van exact 40 jaar oude dossier tot aankoop voor een natuurreservaat. Meerdere terreinen konden plots voor een belachelijk lage prijs aangekocht worden en werden samengevoegd (337 ha Grote Westhoek; de hoogstrandzone, zandgroeve van de Fransooshill) zodat op 29 augustus 1957 het staatsnatuurreservaat DE WESTHOEK (340 ha) werd opgericht. (dus 3,5 keer zo groot als de latere Westhoekverkaveling ). Dit was het eerste publieke natuurreservaat in het Vlaams landsgedeelte, zusterlijk verbonden met het net iets vroeger aangewezen natuurreservaat van de Hoge Venen. De 50 jarige herdenking werd uitgebreid gevierd in De Panne.
Lees verslag + link naar samenvatting in bijlage>>>>


3. Bescherming van de binnenduinen van Cabour in 1961,
4. Aankoop Calmeynbos kant oost in 1966
In 1964 wordt het BPA Calmeynbos door de gemeente opgemaakt zodanig dat er een bouwverbod op komt (behalve voor waterwinningsinfrastructuur). Vandaar dat in 1966 de watermaatschappij IWVA in de Krakeelduinen (52 ha)  en het Calmeynbos-West (46 ha) opkocht om te exploiteren als waterwinningsgebied. Dus totaal een 100-tal ha (even groot als de Westhoekverkaveling later). De gemeente was dus vanaf 1966 gerust dat het Calmeynbos veilig was tegen  bebouwing,
5. Aankoop Calmeynbos kant west in 1973 door burgemeester Versteele als compensatie van de Westhoekverkaveling

Het valt op dat er rond de dorpskom van De Panne in de periode 1940-1955 weinig uitbreiding gekomen is naar de duinen toe. Pas vanaf de jaren 50 zijn er aan de randen van De Panne Bad kleine uitbreidingen gebeurd op duingrond vooral ingevolge aaneengesloten eengezinswoningen gebouwd: vb Prins Albertlaan, Elisabethlaan, Duinenstraat, Westhoeklaan enz….

Openbare verkoop 1955

Het is pas in de tweede  helft van de jaren 50 dat we in een derde grote expansie kennen enerzijds door de opkomst van het “buildings” op de Zeedijk en anderzijds door de invulling van de “Kleine Westhoek”.
De NV Westhoek had geld nodig om te gemoed te komen aan het ongeduld van hun venoten en lanceerden 2 grote verkopen in de “Kleine Westhoek”.

Verkoop d’Arripe kwartier. Bron: Boek “In het zand Geschreven”

In 1955 gebeurde er bijvoorbeeld een openbare verkoop van  duinen tussen de paterskerk en het strand, via openbare verkoop van 7 percelen. Wat later is er een tweede monsterverkoop uit de hand van praktisch alle meestal braakliggende percelen tussen de d’Arippelaan, de Esplanade en het strand (zie foto hierboven). Zeer snel wordt deze wijk volgebouwd.
Deze d’Arripewijk dateert dus grotendeels van na 1955 en mag zeker niet vergeleken worden met de Dumontwijk ten oosten van de Witte Berglaan die dateerd van vòòr 1914. Alleen het stratenpatroon van de d’Arripewijk werd geïnspireerd door de Dumontverkaveling. (dat verschil zou ook moeten tot uiting komen in de heraanleg van de Dumontwijk i.v.m. de riolen)

Maar het grootste effect van die 3de grote expansie vanaf ongeveer 1955 (eerste 1950) was het versneld afbreken van onze mooie gevels op de Zeedijk om “buildings” in de plaats te bouwen. (8 verdiepingen + liftkotje dat snel uitgroeide tot een “technisch verdiep” normaal niet zichtbaar vanaf de grond). Deze metamorfose naar een nieuwe betonnen Atlanticwal voltrok zich zeer snel (na een 10-tal jaren was 3/4 afgebroken). Zo werd ook het “Grand Hotel de kl’Océan” afgebroken in 1961.
De “Golden Sixties” begonnen dus wat vroeger in De Panne voor de eigenaars, promotoren en “agences”. Het verhuren van appartementen in privaathuizen verschoof in korte tijd van de Houtsaegerwijk en andere woonstraten naar de Zeedijk. De vele bordjes van “Appartement garni à louer” verdwijnen uit het straatbeeld en de Pannenoars hoefden in het seizoen niet meer in de kelder of de garage te slapen.

Om een beeld te vormen hoe de Zeedijk was vòòr 1955 surf naar:
De Panne Zeedijk (Deel 1 – West)>>>
De Panne Zeedijk (Deel 2 – Oost)>>>
Een extract van deze 2 artikels is/was te bezichtigen in de tijdelijke expo in het gemeentehuis “De Zeedijk van De Panne in de belle époque” (van 8 december 2018 tot 19 januari 2019)

Het gedeelte tussen de “Witte Berg” en Pannekalsijde werd verkocht maar daar wordt nog niet gebouwd want dit gebied moet grondig ontbunkerd worden en zal in het later BPA A1 van de Westhoek opgenomen worden (in 1970).  Alleen het monument van Leopold I wordt in 1958 ingehuldigd. De koning stond daar 14 jaar troosteloos te kijken midden in een verwoest duingebied (weliswaar dan nog met zwaard). Hij heeft dan de “verkaveling Versteele” zien uit de grond reizen.
Lees meer over het monument>>>>>

Eenzame koning. Aanleg van de Dynastielaan (1972) met achterliggend de “Romeinse Vlakte”

Deze eerste aankoopinitiatieven aan de kust moeten immers beschouwd worden als afzonderlijke initiatieven die onafhankelijk van elkaar een door de natuurbewegingen aangekaarte problematiek trachtten op te lossen, maar geen impuls vormden om een werkelijk beleid inzake natuurbehoud uit te stippelen.
Op 29 maart 1962 werd daarom de wet ‘Houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw’ goedgekeurd. Artikel 1 van deze wet luidt: ‘De Ruimtelijke Ordening van het land, de streken, gewesten en gemeenten worden vastgelegd. Die ordening wordt ontworpen zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt als met het doel ’s lands natuurschoon te bewaren”.

Deze wet kwam niet alleen hopeloos te laat, maar hij was ook op de eerste plaats een juridisch en geen planologisch instrument, zodat werkelijke ruimtelijke planning buiten bereik bleef. In deze wet werd een procedure opgesteld voor het bekomen van verkavelings- en bouwvergunningen, die de tomeloze verkavelingsdrang aan banden moest leggen. Voor 1962 kon immers vrijwel elke grond worden bebouwd en tegen onregelmatigheden werd uiterst laks opgetreden. Paradoxaal genoeg leidde deze wettelijke procedure tot een nooit eerder geziene schadelijke explosie van bouwactiviteiten. De Wet van 1962 creëerde namelijk wel een reglement op de verkavelingsaanvragen maar het reglement had geen toetsingskader.Door het gebrek aan controle ten slotte kon de bouwziekte niet worden ingetoomd.

Naast appartementsblokken en campings, kwamen er in de jaren zeventig nog eens de beruchte vakantiedorpen bij (bv. Sunair en Center Parcs), die hun grote populariteit voornamelijk te danken hadden aan hun weerbestendig programma sport en ontspanning.

Stilletjes aan groeide in deze periode echter een grotere bewustwording over het milieuvraagstuk, onder andere naar aanleiding van enkele geruchtmakende publicaties, zoals de klassieker ‘Silent Spring’ van Rachel Carson. De samenhang tussen diverse milieuproblemen kwam voor het eerst duidelijk naar voren in het rapport van de Club van Rome van 1972. Het rapport mag als mijlpaal beschouwd worden binnen de geschiedenis van natuurbehoud. De eindigheid van natuurlijke bronnen stond voor de eerste keer in de kijker en een verband tussen de ongeremde economische groei en de desastreuze gevolgen voor het milieu werd duidelijk. De nieuwe generatie kreeg voor de eerste keer de plicht om de volgende generatie van eenzelfde kwalitatieve leefomgeving te laten genieten. De concepten ‘duurzaamheid’ en‘ecologische solidariteit’ waren geboren.

Een verruimde belangstelling voor leefmilieu en voor de prangende ruimtelijke vraagstukken was ook op nationaal niveau merkbaar.  In 1971 richtte men tevens de eerste landelijke milieuorganisatie op: De Bond Beter Leefmilieu (BBL). (ook op dit moment de protesten tegen de Westhoekverkaveling). Deze milieuorganisatie zou de bestaande en nieuw opgerichte natuur -en milieuverenigingen overkoepelen en zowel naar de bevolking als naar de overheid als spreekbuis fungeren. De BBL kan echter niet als nieuwe milieubeweging worden getypeerd. Veeleer ging het om een hergroepering en consolidatie van de bestaande verenigingen voor natuurbehoud.

Het is ook in 1972 dat het protest in De Panne losbarst tegen de aanleg van de Westhoekverkaveling. (In 1970 met algemeenheid van stemmen in de gemeenteraad goedgekeurd maar protest onstond maar 2 jaar later toen de wegeniswerken begonnen). Ongeveer terzelfdertijd, nl in maart 1972, wordt de apolitieke “Vereniging voor Bescherming van het Leefmilieu Westhoek” opgericht te De Panne door voorzitter Willy Declercq en secretaris Petillion, dokter in de rechten en uitbater van het hotel Anvers. Het begint dan ook te rommelen in de gemeenteraad van 17 maart 72.
Details van deze protesten>>>
Burgemeester Versteele legt uit hoe na harde onderhandelingen met de grondbezitters hun eisen afgezwakt werden en uiteindelijk een compromis gevonden werd met het BPA. Van de 100 ha mogen er maar 58 verkaveld worden en de villabouwgronden mogen maar voor 1/7 bebouwd worden (zie integrale tekst BPA). Het was moeizaam om hun voorwaarden af te zwakken temeer daar ze nog met een groot aantal in onverdeeldheid bevinden. Van de “Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen” haalt de burgemeester een brief aan die vol gelukwensen van
 hun voorzitter Windels.  Pas veel later op 15 maart 72 zou de Commissie besloten hebben een ongunstig advies te geven en aan te sturen bij de minister van Openbare Werken op een stopzetting van de werken. Te laat (meer dan 2 jaar na het KB ter goedkeuring van het BPA).
Op 20 april 72 verdedigt minister van Openbare Werken Jos De Saeger de verkaveling in de senaat, dit naar aanleiding van interpellaties door VU-lid Van In in de senaat. Op 21 april 1972 volgt de aanzet tot de stopzetting van de infrastructuurwerken door de Vlaamse minister van Cultuur Van Mechelen tegen de wil van minister van Openbare werken De Saeger. Maar deze is oppermachtig en vernietigt het stopbevel van zijn collega minister Van Mechelen. Op 27 mei 1972 volgt de nationale betoging tegen de Westhoekverkaveling te Nieuwpoort (want verboden in De Panne)

De milieugroepen kunnen de werken alleen maar stilleggen als er iets “abnormaals” wordt vastgesteld, maar er is geen enkele opdracht gegeven om een onderzoek in te stellen.
Er wordt dus verder gewerkt.
Raadslid Bossuyt die in de Westhoekverkaveling vooral een broodnodige expansie ziet meent dat kritiek en roddel de gemeente reeds veel kwaad gedaan heeft en stelt in die gemeenteraad een vertrouwensmotie voor. Deze wordt unaniem goedgekeurd dus ook door de oppositie.

De nieuw opgerichte “Bond voor Beter Leefmilieu” dient een klacht in bij Raad van State bij dewelke het klasseringsbesluit van 1935 is overtreden.(immers alleen ééngezinswoningen mochten gebouwd worden).

In de nasleep van het Europees Natuurbeschermingsjaar 1970 (ook het jaar van het BPA van De Westhoek) werd ‘De Wet op Natuurbehoud van 1973’ goedgekeurd, die een wettelijke basis voorzag om waardevolle natuurgebieden te beschermen en te beheren als natuurreservaten. vzw Natuurreservaten, concludeert echter dat deze wet niet in staat was om de achteruitgang van de natuur tegen te gaan.

Een eerste concrete aanzet tot bescherming van de duinen kwam er met de vastlegging van de gewestplannen. Tussen 6 december 1976 en 17 december 1979 werden in West-Vlaanderen zeven gewestplannen bij Koninklijk Besluit vastgelegd. De voorstudies en ontwerpen werden opgemaakt tussen 1960-1969.

Het grondgebied van de Belgische kust was gelegen binnen de grenzen van de drie kustgewestplannen, met name het gewestplan Brugge-Oostkust, het gewestplan Oostende- Middenkust, en het gewestplan Veurne-Westkust (1973?). Vanaf dit moment had elk perceel Vlaamse grond voortaan zijn bestemming en konden bouw -en verkavelingsvergunningen alleen worden goedgekeurd als ze in overeenstemming waren met de voorschriften en bestemmingen van de gewestplannen. Voor de eerste keer konden plannen een juridische grens opwerpen tegen de exuberante exploitatie van de open ruimte.

Bij het opmaken van de gewestplannen werd tot doel gesteld de groene gebieden tussen de badplaatsen open te houden. Tussen de onderscheiden badplaatsen is telkens voorzien in een zo breed mogelijk te beschermen duinstrook, teneinde de scheiding tussen de badplaatsen te handhaven.

Hoewel de gewestplannen voor een merkbare wettelijke bescherming zorgden, bleef deze echter te beperkt vanuit ecologisch standpunt. De wetenschappelijke kennis inzake ecosystemen en natuurlijke habitats was toen nog niet zo ver gevorderd. Vooral de ecologische noden qua oppervlakte en samenhang met fysisch- geografische processen werden in de gewestplannen erg verwaarloosd. Dit toont ook het gebrek aan besef aan dat er nood was aan verbindingen tussen de natuurgebieden om migratie van plant-en diersoorten te garanderen.

Maar via het opmaken van bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) trachtten de gemeenten de gewestplannen te omzeilen en steunden ze aldus onrechtstreeks de bouwprojecten die bijkomende open ruimte bleven opeisen.  Daarenboven onderhielden veel projectontwikkelaars goede contacten met de ministeriële kabinetten, waardoor hun eigendommen veilig in het rood (woonzone) werd ingekleurd. Tijdens het onderzoek omtrent de wanpraktijken i.v.m. de gewestplannen ontdekten experts meer dan drieduizend anomalieën op 23 van de 25 gewestplannen tussen 1973-1981.

Ten slotte waren ook bepaalde arresten van de Raad van State verantwoordelijk voor de bedreiging van het duinenlandschap. Diverse delen van bepaalde gewestplannen zoals Veurne-Westkust werden bijvoorbeeld vernietigd omwille van procedurefouten. Zo kwamen echter opnieuw natuurgebieden in het gedrang, bv. de duinen in Oostduinkerke.

Vanuit de milieusector groeide er méér onbehagen over het gevoerde ruimtelijke ordeningsbeleid. Vooral het intekenen van zoveel mogelijk bouwgrond, de aanhoudende speculatie en de onverenigbaarheden van bestemmingen (recreatie, natuurgebied en waterwinning), ontstemde niet alleen de lokale, inmiddels florerende, milieuverenigingen maar ook de toekijkende gebruiker die zijn vakantiebestemming steeds meer zag degraderen tot een grijze blok beton, al dan niet met het bewustzijn van zijn eigen verantwoordelijkheid in dit proces.

De gewestplannen beschermden toch voor het kustgebied ongeveer 3.100 ha duinen als natuurgebied of-reservaat en 850 ha als agrarisch gebied vastlegden, gingen in realiteit in de daaropvolgende jaren echter nog vele hectaren ecologisch waardevolle terreinen, gelegen in woongebied, met een andere bebouwbare status om de schop. Een sterk versnipperde open ruimte met een gebrek aan ecologische corridors en interne degradatie van natuurgebied was het gevolg.

De Gewestplannen werd door lobbying vooral door de gemeentebesturen zwaar uitgehold.  Gelukkig zijn, uitzondelijk voor de kust, in De Panne enkele grote aankopen gebeurd door de overheden: nationaal (westhoek 1957), IWVA (helft Calmeynbos 1966), gemeente De Panne (andere helft Calmeynbos 1973).
Een negatief punt ingevolge de grote compromis met NV Westhoek is dat de gemeenteraad van 29 april 1970 
UNANIEM besliste om het BPA 1A “Westhoek” goed te keuren. Bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1970 werd de beslissing van de gemeenteraad definitief. 100 ha Westhoekduinen zouden hiervoor opgeofferd worden.
Lees hierover veel meer>>>>

Bron (cursief):  scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert
Voor de integrale Scriptie>>>>

Wegens het gesoemel met de gewestplannen was dringend een ander  beleid nodig. De aanzet was de regionalisatie : lees volgend artikel>>>

 

Advertenties

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Natuur. Bookmark de permalink .

4 reacties op Onze dierbare Duinen (Deel 3 van 9)

  1. Johny Recour zegt:

    Interessante toelichting over het wel en wee van onze Panse duinen maar wat verander je er heden ten dage nog aan. Ik herinner mij de perikelen rond burgemeester Versteele destijds. Het neemt niet weg dat er toch veel bewaard geworden is mits een soort politiek geven en nemen.

  2. Hans Berquin zegt:

    Je artikelenreeks is uitermate boeiend en interessant . Zeer gedetailleerde tekst met prachtige illustraties ! Proficiat . Mag ik een voorstel doen ? Nadat alle Delen in de Bliedemaker zijn verschenen zou de reeks kunnen gedrukt worden voor alle geinteresseerde Pannnoars met voorinschrijving en opname van de naam van alle voorinschrijvers om uit de kosten te geraken . De kostprijs moet toegankelijk zijn voor iedereen . Tussen Kerst en N ieuwjaar ben ik voor een weekske in het Vissersdorp en bel je dan eens op . De Standaard Boekhandel zal zeker geinteresseerd zijn .
    Hans Berquin

    • Hans,
      Mijn bedoeling van deze reeks was om het grote belang van het Duinendecreet te onderstrepen (menig Pannenoar vindt dat nog altijd een communistische aanslag op het private eigendomsrecht). Ik tracht aan te tonen dat het hoog tijd werd voor de streng decreet om het voorafgaand gesjoemel met onze duinen een halt toe te roepen. Verder schrijf ik ook over de planschade en de processen waar ik ook regelmatig naar uw boek zal verwijzen.
      Bovenaan in de menu vindt u een link naar de 7 of 8 artikels onder de naam “Duinendecreet” (klik ook eens op “Groene Gordel”)
      Tot met Kerstmis, jose.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.