Onze dierbare Duinen (Deel 4 van 9)

Blauw is recent bijgevoegd
Cursief = Overgenomen uit de scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert

Stukje “Romeinse Vlakte” nog in 2012

We hebben moeten wachten tot de regionalisatie in 1981 alvorens alvorens de Vlaamse Regering tussenkwam voor ruimtelijke orfening en natuur. Vlaanderen kreeg niet alleen een eigen minister voor Leefmilieu, maar ook een eigen administratie (AROL, later AMINAL en Het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) met de afdeling ANB). In 1981 toen de eerste Vlaamse regering onder leiding van Gaston Geens (CVP) aantrad, werd in het regeerakkoord een betonstop voorgesteld te vergelijken met hetgeen we nu opnieuw horen in 2018: ‘uitbreidingstop van stad en dorp evenals aandacht aan de zorg voor natuur en landschap‘.
Men dacht dit te realiseren via een “Ruimtelijk Structuurplan” dat als beleidsinstrument voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen diende. Dit plan werd als prioritair gesteld.

.

Samenstelling eerste Vlaamse regering Geens I: 1981-1985

A anvankelijk gaapte er een enorme kloof tussen de politieke verklaringen en de uiteindelijke uitvoering. In 1984 had de afkondiging van het beruchte ‘mini-decreet’  omgekeerd effect nl. een verdere uitholling van de gewestplannen.

Theo Kelchtermans

Dit decreet vormde een aanvulling van de ‘Wet op Stedebouw van 1962’ en maakte het mogelijk om af te wijken van de gewestplannen. Dit betekende dat infrastructuur die niet in overeenstemming was met de bestemming van het gewestplan volgens dit decreet toch kon worden uitgebreid of herbouwd. Begin jaren negentig zal dit decreet echter op verzoek van Theo Kelchtermans (CVP), als toenmalig Vlaams minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening, afgezwakt worden in de zin dat deze woningen enkel nog konden worden verbouwd, niet herbouwd.

De uitholling van de gewestplannen werd voornamelijk duidelijk door het groot aantal aangegeven bouwmisdrijven.  Daarnaast werden heel veel PV’s geseponeerd door het parket. Hoewel men echter als gedupeerde na seponering nog steeds de mogelijkheid had om een rechtszaak aan te spannen tegen de bouwovertreder, bleek de financiële kost die hiermee gepaard ging, vaak een brug te ver voor het slachtoffer. Het rechtzetten van andermans overtredingen bleek aldus in praktijk vaak een jarenlang gevecht tegen de bierkaai, waardoor het gevoel van onrechtvaardigheid en machteloosheid bij derden en milieuverenigingen steeds meer overheerst

Verder waren deze gewestplannen gebaseerd op verouderde planologische/ wetenschappelijke inzichten uit de jaren zestig. Een gebrek aan kennis over het belang van migratiemogelijkheden voor soorten en dus het belang van onderling verbonden natuurgebieden, vormde dan ook een grote lacune binnen deze regelgeving. In 1985 werd daarom het “Instituut voor Natuurbehoud (I.N.) opgericht, dat fungeerde als wetenschappelijk kenniscentrum voor toekomstig natuurbeleid.

Zo bleven in 1987  er van de ruim 5.000 ha oorspronkelijke duinen nog ongeveer 2.700ha over (in het begin van de gewestplannen waren dat nog 3.100 ha). Dit lijkt op het eerste gezicht onbegrijpelijk, als men weet dat op de gewestplannen zo’n 90% van het duingebied beschermd werd als N of R-gebied en meer dan 1.000 ha duin geklasseerd werden door het “Bestuur van Monumenten en Landschappen” (0.a. de resterende Westhoekduinen). Ten slotte werd door het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin, alle nog bestaande duin op 50 ha na, als biologisch zeer waardevol gekarakteriseerd.
Toch bleef de druk op duingebieden, zeer hoog door de drang naar declassering of wijziging van bestemming tot woonuitbreidingsgebied, zoals bv. pogingen op de Houtsaegherduinen in De Panne en Zwinbosjes te Knokke. Eind van de jaren tachtig begin jaren negentig zijn nog zo’n
500 ha duin verloren gegaan.

Verder waren er nog “doodzonden” zoals het aanplanten van bossen in de duinen en ook onverenigbaarheden zoals waterwinning in en naast natuurgebieden.

Bij IWVA werden de waterwinningen, onder druk van het groeiend verbruik tijdens de zomermaanden voortdurend uitgebreid. Naast de waterwinning in de oude Cabourduinen te Adinkerke en in de Doornpanne te Koksijde werd in 1967 een nieuwe winning “Westhoek” in het Calmeynbos in De Panne in gebruik genomen en uitgebreid in 1980. In 1982 werd ten slotte ook het Hannecartbos in Oostduinkerke door I.W.V.A aangekocht maar niet uitgebaat. Al deze waterwinningen besloegen een gezamenlijke oppervlakte van 438 ha. Deze waterwinning veroorzaakte echter verzilting en verstoring van het essentieel hydrologisch evenwicht van de duingebieden. Ook waterpeildaling bleek een groot probleem te zijn. Zowel in De Panne als in Koksijde werd veel meer water uitgepompt dan de maximale hoeveelheid die er door natuurlijke infiltratie kon bijkomen. Het gevolg was dat de duinpannen uitdroogden en er een verruigd landschap ontstond.

Hoewel het gevecht tegen bouwpromotoren en tegen de eenzijdige economische toeristische ontwikkeling op het duinlandschap vaak een gevecht tegen de bierkaai bleek te zijn, bleven ook in de jaren tachtig verenigingen initiatieven nemen om de schamele open ruimte te behouden. Dat de ruimtelijke draagkracht van de kust door het financieel enthousiasme van de private immobiliënmaatschappijen en door het gebrek aan politieke moed van de gemeentebesturen, in verregaande mate was overschreden, werd immers niet door iedereen aanvaard.

De Duinenwerkgroep van ‘Belgische Natuur– en Vogelreservaten’ (B.N.V.R.)werd begin jaren tachtig opgericht om langs de gehele kustlijn beheersplannen uit te werken om de resterende duinen zo goed mogelijk te conserveren. Aan de hand van wetenschappelijk onderzoek, excursies en buitenlandse samenwerking trachtte deze werkgroep zoveel mogelijk informatie omtrent de duinenproblematiek te vergaren en de overheid aan te sporen tot het voeren van een herstelbeleid inzake de duinen.
Zo organiseerde men op 5 juni 1982 te Oostduinkerke een allereerste ‘Duinendag’, met als thema ‘Welke toekomst voor onze duinen’? (160 deelnemers). Deze studiedag was bedoeld als sensibiliseringscampagne omtrent het unieke duinlandschap, en wilde vooral de controverse tussen waterwinning en natuurbehoud in de verf te zetten en aan tonen dat de duinen wel degelijk een ecologische meerwaarde vormden voor de Vlaamse kust. Naast geleide duinwandelingen, moest een tentoonstelling de schrijnende de gevolgen van de ruimtelijke wanorde aantonen door naast de foto’s van Jean Massart uit 1910, dezelfde gebieden te portretteren in 1980. Het ontluisterende resultaat was te zien in het boek “Landschappen in Vlaanderen vroeger en nu: van groene armoede naar grijze overvloed”.
Dr. R. Van Duüren (Schepen van Koksijde) betreurt de te grote versnippering van de bevoegdheden inzake leefmilieu.

Nadat de ‘Nationale Natuurbeschermingsdag’ van 1985 tevens in het teken had gestaan van het natuurbehoud in de kustduinen en maritieme polders werd in 1987 opnieuw een ‘Internationale Duinendag’ door de werkgroep van het ‘B.N.V.R.’ georganiseerd te Nieuwpoort, waar internationale en nationale natuur-en milieuorganisaties aan deelnamen. Men verkondigde dat de aankoop van de duingebieden door de Vlaamse Gemeenschap geen eenvoudige opgave was. Men wees hiervoor op de hoge grondprijzen, die voornamelijk te wijten waren aan de grondspeculatie van de eigenaars.

Op internationaal niveau, is er eind jaren tachtig méér belangstelling voor het behoud en bescherming van de kustmilieus en in het bijzonder van de overblijvende duingebieden. In 1989 richtten verontruste wetenschappers de ‘European Union for Coastal Conservation’ op, een ledenorganisatie met vertakkingen in 40 landen. Dit is een illustratie van de toegenomen internationale belangstelling in deze periode. De organisatie pleitte voor een geïntegreerd kustzonebeheer voor alle betrokken actoren en een versterking van de ecologische waarden van de kustgebieden.

Reeds vroeger in de jaren 70 zijn er meerdere pogingen geweest ter verkaveling van de Houtsaegerduinen belet geworden (waren dan “groene zone” en mogen dus niet bebouwd worden). Daardoor heeft Georges Houtsaeger beslist om deze duinen niet meer toegankelijk te maken voor het publiek. De ultieme poging van burgemeester Versteele (in 1980) om die op te kopen en om die terug toegankelijk te maken is op het laatst van zijn burgemeestersambt mislukt. Het zou een zone voor passieve recreatie worden. Aankoop door de staat (voor de regionalisatie) was dan niet mogelijk omdat dit unieke natuurgebied van 90 ha te klein is om te voldoen aan de gewenste grootte om als staatsnatuurreservaat betiteld te worden.
Maar in december 1981 heeft de Vlaamse minister Marc Galle dit gebied uiteindelijk “geklasseerd”. De  pogingen van de familie Houtsaeger om te verkavelen zijn nu definitief geschrapt.
In 1988 heeft de Vlaamse Regering de Houtsaegerduinen gekocht van de familie Houtsaeger-Ollevier. Dit was kort na het overlijden van “Juffrouw Ollevier”. Dit wordt Vlaams Natuurreservaat.  Het domein werd in 2000 uitgebreid met het naastgelegen Kerkepannebosje (samen 86 ha).

Milieuverenigingen bleven volharden in hun eenzame strijd tegen de vraatzucht van bouwpromotoren. Nochtans waren er ook hoopvolle tekenen. In steeds bredere kringen werd uitgebreid lippendienst bewezen aan de noodzaak van bescherming van de nog resterende natuurgebieden. Begin jaren negentig begon de Vlaamse regering dan ook concrete initiatieven te nemen inzake natuurbehoud.

In 1989-1990 stelde Theo Kelchtermans, toenmalig Vlaams Minister van Leefmilieu, twee beleidsdocumenten voor: het MINA-plan 2000 en het ‘Milieubeleids-en Natuurontwikkelingsplan voor Vlaanderen’. Deze twee documenten moesten de natuurlijke structuur van Vlaanderen versterken en de versnippering van open ruimte tegengaan. Twee krachtlijnen van het MINA-plan 2000 waren hierbij van belang voor het lot van de duinen. De natuurreservaten moesten maximaal gevrijwaard blijven en de klemtoon lag op het herstel en ontwikkelen van natuurwaarden met het oog op het beschermen van grotere eenheden natuurgebied. Dit betekende concreet dat alle overgebleven duinstreken moesten opgenomen worden als natuurkerngebied. In navolging van het ‘Milieubeleids-en Natuurontwikkelingsplan voor Vlaanderen’ werd tevens het beleidsplan betreffende ‘De Groene Hoofdstructuur van Vlaanderen’ (GHS)uitgewerkt. Dit ecologisch netwerk moest de samenhang en het ecologisch functioneren van de open ruimte met belangrijke natuurwaarden garanderen. Naast natuurbescherming focuste men bij dit beleid ook meer op herstelbeheer en natuurontwikkeling. In casu betekende dit beleid voor de duinen het streven naar een natuurlijk grondwaterregime door een graduele afbouw van de duinwaterwinningen. De GHS werd echter een totale mislukking. De oorzaak van dit falen ligt bij de onhaalbare en veel te uitgebreide doelstelling van het plan:“Men wilde alles in één keer doen. Dat is natuurlijk onmogelijk.”

Ook de sector natuur, o.a. vertegenwoordigd door vzw Natuurreservaten, had een belangrijke plaats afgedwongen bij deze nieuwe initiatieven inzake milieubeleid. Leden uit de natuurbeschermingsorganisaties waren immers niet alleen werkzaam in de bevoegde administraties (AMINAL), maar fungeerden ook als adviseurs bij de voorbereidende werken inzake milieubeleid. De wantoestanden m.b.t. tot de afwijkende BPA’s werd door Kelchtermans aan banden gelegd.
Op vraag van Norbert De Batselier, de nieuwe Vlaamse minister van Leefmilieu inventariseerde Prof. E. Kuijken, toenmalig voorzitter van het “Instituut voor Natuurbehoud”, in datzelfde jaar de bedreigde ecologische waardevolle duingebieden.
Begin de jaren negentig nam ook de kuststreek zelf concrete maatregelen. Voor de eerste keer werd een formeel beleidsdocument opgesteld inzake het structuurplan Kustzone door het West-Vlaams Economisch Studiebureau (WES), in opdracht van het Provinciebestuur van West-Vlaanderen. Het structuurplan moest de ruimte een multifunctioneel benaderen, rekening houden met de schaarste van de resterende duinen als gemeenschappelijk erfgoed en een instrument zijn dat verantwoorde beslissingen genereert op het lagere niveau. Op termijn zou deze structuurplanning de bestaande gewestplannen overbodig maken.
In deze periode werd ten slotte ook de eerste steen gelegd voor de vernieuwing van het ruimtelijk ordeningsplan in Vlaanderen. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen moest de basis vormen voor een nieuwe invulling van bestemmingsplannen, ter vervanging van de gewestplannen. Omwille van verschillende knelpunten gold het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen echter pas als het werkelijk fundament van het Vlaams ruimtelijk beleid vanaf 1997.

Intussen bleef de speculatiedruk op het duingebied enorm groot. Een initiatief mocht dan ook niet langer op zich laten wachten: reeds talrijk duingebied was immers onherroepelijk verloren gegaan. Uiteindelijk was iedereen het over eens: de bescherming van de kustduinen moest stante pede worden gerealiseerd. De vooruitziende blik van enkele volksvertegenwoordigers gaf die jaren een echte impuls tot wetgevende actie.

Niettegenstaande de goeie intenties van de eerste Vlaamse regeringen voor natuurbehoud is er in de 80-er jaren weinig gebeurd (uitzondering aankoop Houtsaegerduinen). Wel hebben zich in deze periode de natuurverenigingen meer mondig gemaakt.

Bron (cursief):  scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert
Voor de integrale Scriptie>>>>

Volgend artikel: het ontstaan van het Duinendecreet>>>

Advertenties

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Natuur. Bookmark de permalink .

3 reacties op Onze dierbare Duinen (Deel 4 van 9)

  1. noelhoste zegt:

    Goed initiatief om deze vergeten geschiedenis terug boven te halen.

  2. Jose Decoussemaeker zegt:

    De bedoeling is om aan te tonen hoe nodig dit Duinendecreet wel was. De best bedoelde inspanningen van Gewestplannen en de. Groene Structuurplannen Vlaanderen konden de immoboliien ambities niet tegenhouden (steeds gesteund door de gemeentebesturen. Expansie is geld).
    Vandaag zijn nog altijd mensen die dit decreet een aanslag op het privé-eigendom noemen.

  3. jandepanne zegt:

    Bedankt voor al die informatie José. Het is oprecht jammer dat er zoveel moois is opgeofferd voor het geld van een kleine groep mensen zonder eerbied voor de gemeenschap

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.