Onze dierbare Duinen (Deel 6 van 9)

Cursief = Overgenomen uit de scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert

De uitwerking van het decreet werd zeer moeizaam.
Het basis-Duinendecreet van 1993 gaf aan de Vlaamse regering (niet de Vlaamse Raad/parlement) de bevoegdheid om de zones  aan te duiden waar een bouwverbod zou gelden. Voor de concrete aanduiding van de te beschermen gebieden kon de Vlaamse regering steunen op een reeds in 1992 opgesteld rapport van het Instituut voor Natuurbehoud.  

In het rapport van het I.N. was reeds een inventaris gegeven van ecologisch waardevolle duingebieden of relicten die tot dan toe nog geen adequate planologische bescherming genoten. De aanduiding van de te beschermen terreinen gebeurde op basis van hun actuele of potentiële natuurwetenschappelijke waarde. Bij de kwalificatie van deze beschermde zones hield het Instituut voor Natuurbehoud rekening met de volgende 4 criteria:
1. Minumum oppervlakte (2ha)
2. opname van het gebied in de Groene HoofdStructuur Vlaanderen,
3.ligging binnen een zeldzame geomorfologische formatie of langs de binnenduinrand en ten slotte de
4. biologische waarde van het gebied op basis van de biologische waarderingskaart van België. 

Er werd beslist dat een zone in aanmerking kwam voor bescherming wanneer naast het oppervlaktecriterium één van de drie andere criteria vervuld was. Éen van de belangrijkste beslissingen in dit dossier was het inschakelen van het Instituut voor Natuurbehoud om een wetenschappelijke methodiek uit te werken om de afbakening van de te beschermen gebieden te onderbouwen.

De inventarisatie moest niet alleen onderbouwd door objectieve criteria, maar moest ook snel gebeuren, om te vermijden dat vóór de publicatie van dit uitwerkings besluit alles nog snel zou volgebouwd worden. Grote geheimhouding was daarom geboden. De lijst met beschermde duinen, opgesteld door het I.N. werd na goedkeuring door de Vlaamse regering in allerijl overgebracht naar de drukkerij van het Belgisch Staatsblad en resulteerde in het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 1993, het zogenaamde “DuinenBESLUIT”.

Uiteindelijk werden er 1.109 ha duingebied voor bescherming vastgelegd. Van die 1.109 ha lag 200 ha in gebied dat volgens het gewestplan een woonbestemming had. In Koksijde alleen al zou zo’n 73,3 ha een bestemmingswijziging krijgen. Het militair domein nam 65,5 ha in beslag. Tweede in belangrijkheid was Knokke- Heist met 28,8 ha en derde De Panne met 24,9 ha (incl binnenduinrand Oosthoekduinen). Het overgrote deel van het te beschermen gebied was evenwel als agrarisch gebied ingetekend Deze agrarische gebieden en agrarische gebieden met landschappelijke waarde vertegenwoordigden in het besluit niet minder dan 700 ha van de 1.109 ha. (dus de “pure duinen” die beschermd werden was maar een 409 ha dus iets meer dan alleen het Westhoekreservaat te De Panne. Dit om aan te tonen hoe omvangrijk de aankoop van dit reservaat in 1957 was).
De volgende belangrijke duingebieden werden in de inventaris opgenomen:

  • –  De Westhoekverkaveling in De Panne
  • –  De binnenduinrand van de Oosthoekduinen in De Panne (agrarisch gebied tussen Artiestenpad en Langeleed)
  • –  Het Kerkepannebos tussen De Panne en Koksijde
  • –  Het Kopjesduinenlandschap te Nieuwpoort
  • –  De Middeloude duinen van Westende-Lombardsijde en van Bredene-Klemskerke
  • –  De Zwinbosjes, de Zouteduinen en de Hazegrasduinen in KnokkeDoor de publicatie van de inventaris waren de duinen echter nog niet definitief beschermd.Dit “DuinenBesluit” werd  binnen de drie maanden aan de Vlaamse Raad (parlement) ter bekrachtiging voorgelegd worden.

Op zijn beurt had de Vlaamse Raad (parlement) zes maanden voor de effectieve bekrachtiging, dit op straffe van het verval van de rechtskracht van het besluit.

Dit gebeurde echter niet. Er kwam slechts een voorlopige bekrachtiging van de Vlaamse Raad (Parlement) op 26 januari 1994 (B.S. 26 februari 1994). De reden was de ondemocratische manier waarop het besluit van de Vlaamse regering tot stand was gekomen. De eigenaars hadden geen inspraak gehad in de aanduiding van de gebieden en ook de inbreng van de gemeentebesturen was eerder beperkt gebleven. Men kreeg immers maar drie dagen de tijd om eventuele opmerkingen inzake het Duinendecreet kenbaar te maken aan de Commissie voor Leefmilieu en Natuurbehoud. Voor de betrokken gemeentebesturen was het onmogelijk om binnen die korte tijdspanne een gefundeerd advies te verlenen. De discussies binnen de Vlaamse Raad leidde dan ook tot het compromis van de slechts voorlopige bekrachtiging van het besluit. De eerste bekrachtiging gold slechts als een bewarende maatregel om te verhinderen dat alles zou worden volgebouwd in afwachting van de definitieve bescherming, na een openbaar onderzoek.

De eerste stap om te komen tot de definitieve bescherming bestond uit het opstellen van een perceelsgewijze inventaris van de duingebieden die voor bescherming in aanmerking kwamen. De Vlaamse regering had de dwingende opdracht om tegen uiterlijk 31 december 1994 een perceelsgewijze inventaris op te maken, met het oog op definitieve bescherming. Aan deze inventaris diende een openbaar onderzoek vooraf te gaan, waarvoor de Vlaamse regering bij besluit van 2 maart 1994 de procedure had vastgelegd. Het bekrachtigingsdecreet van 26 januari 1994 herhaalde deze inventarisopdracht en de plicht tot een openbaar onderzoek en legde de Vlaamse regering op om bij besluit de gebieden aan te duiden die in aanmerking kwamen voor een definitieve bescherming

De inspraakronde

Deze inspraakmogelijkheid kwam er toch na felle kritiek vanuit de gemeenten, ondersteund door de vastgoedsector. Men verweet de gangmakers van het Duinendecreet immers dat men niet op een behoorlijke manier was gehoord bij het opmaken van de inventaris. Voornamelijk de vastgoedsector verweet de initiatiefnemers dit gebrek aan inspraakronde (zie vorig artikel voor de negative houding van de vastgoedsector)

Door vooralsnog een inspraakronde te organiseren hoopte de decreetmakers op een grotere acceptatie door de politieke partijen en de burgers van het uitgestippelde beleid. Men verwachtte immers dat bij het verschaffen van meer verantwoordelijkheid minder sprake zou zijn van weerstand tegen het beleid achteraf. Daarnaast werd door het houden van een inspraakronde het democratisch karakter van het decreet bevestigd.

Toch bleek de inspraakronde louter consultatief/adviserend te zijn. In de mate van het mogelijke werd er met de grievenbundel rekening gehouden, maar de werkelijke participatie van de privé-actoren in het politieke besluitvormingsproces werd niet vooropgesteld.

Concreet hield dit openbaar onderzoek in dat het ontwerp van de perceelsgewijze inventaris en de kaarten opgemaakt door het I.N. ter inzage lagen bij de betrokken gemeentehuizen vanaf 1 mei tot 29 juni 1994. Elke belanghebbende kon op die manier binnen de termijn zijn gemotiveerde bezwaren meedelen aan de gouverneur van West-Vlaanderen, Olivier Vanneste. Na afloop van het openbaar onderzoek werden ook de betrokken gemeenteraden en de Bestendige Deputatie van de provincie begin juli ertoe gehouden een advies uit te brengen bij de gouverneur.

In totaal werden er 384 bezwaarschriften ingediend bij de gouverneur, waarvan het merendeel afkomstig was van gedupeerde eigenaars. Deze bezwaarschriften moesten gelijktijdig door de gouverneur gebundeld en verzonden worden naar de Regionale Commissie voor Advies van West-Vlaanderen. Naast het I.N. moest ook deze commissie een gemotiveerd advies verlenen over de ingediende bezwaren. Na de verwerking van deze grievenbundel moest het gemotiveerd advies eind augustus via de gouverneur aan minister dhr. N. De Batselier worden opgestuurd.

Op basis van de verkregen adviezen stelde de Vlaamse regering een aangepaste perceelsgewijze inventaris op en bracht hierover op voorstel van de minister verslag uit aan de Vlaamse Raad. Deze laatste moest op zijn beurt dit nieuwe besluit en dus de nieuwe afbakening bekrachtigen.

Bron (cursief):  scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert
Voor de integrale Scriptie>>>>

Advertenties

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Natuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.