Onze dierbare Duinen (Deel 8 van 9)

Cursief = Overgenomen uit de scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert
Blauw = toegevoegd

De Westhoek. Foto na de beheerwerken van dec 2018. OPENKLIKKEN

Alhoewel de resterende duinen via het Duinendecreet van 1993 goed beschermd zijn was er daarna toch nog werk aan de winkel. De wetgever had voorzien dat op deze duinen niet alleen een bouwstop geldt maar ook dat deze natuurgebieden moet beheerd worden. Men wil een maximaal natuurlijke processen op gang brengen
Dat aangepast “natuurbeheer” van het duinareaal bleek nog een ander verhaal.
In het Natuurrapport 1999 werd benadrukt dat de planologische bescherming van de duinen alleen, niet voldoende was.
Later is ook meer aandacht geschonken aan de recreatieve inrichting van de duinen als een “unique selling product” voor het toerisme (vooral voor de Westkust)

De Westhoekduinen na grote beheerswerken in het najaar 2018

1.Aankoopbeleid:
De veiligste methode om deze duinen te beheren is door deze aan te kopen door de Vlaamse Overheid. Maar dat ging traag. De reden hiervoor was eenvoudig: de onderhandelingen met veel verschillende eigenaars hypothekeerden niet alleen een snelle verwerving, maar waren daarnaast ook erg arbeidsintensief. Verder was aanvankelijk het beschikbare krediet beperkt en de procedure tot vastlegging van de kredieten omslachtig. Ten slotte bleef de speculatiedruk op het duinareaal een grote hinderpaal. De schattingsmethoden van het Aankoopcomité van het Ministerie van Financiën vormde daarnaast één van de grootste knelpunten: dit comité baseerde zich immers op vergelijkingspunten en niet zozeer op de ruimtelijke bestemming van een gebied. In vergelijking met andere natuurgebieden (bv. in de Kempen) lagen de prijzen voor de duinen veel hoger. De afweging bij de administratie was dan ook snel gemaakt: gezien de hoge grondprijzen aan de kust ging de beleidsvoorkeur naar grotere aankopen elders in Vlaanderen.

Ook privé-natuurverenigingen, zoals Natuurpunt, zagen zich vaak niet bij machte om veel duingebieden te verwerven. De natuurverenigingen ijverden om een duinenfonds op te richten om de verwerving vanuit privé-initiatief te bevorderen, maar dit is er echter nooit van gekomen.

Anderzijds bracht de shock van het Duinendecreet een nieuwe dynamiek inzake kustbeleid op gang.

In 1994 werd een taakgroep ‘Geïntegreerd Kustzonebeheer’ opgericht om overleg tussen de verschillende betrokken Vlaamse Administraties te bevorderen. Dit is een ambtenarenoverleg met vertegenwoordigers uit alle bevoegdheidsdomeinen relevant voor geïntegreerd kustbeheer. Daarnaast is er vertegenwoordiging van de federale en de provinciale overheden. De gemeenten zijn niet vertegenwoordigd in de taakgroep, die met een frequentie van 4 x per jaar vergadert.

In 1996 ontstaat ook een “Verwervingsplan voor de Vlaamse kustduinen”. In overleg met het Instituut voor Natuurbehoud werd op basis van een perceelsgewijze inventaris van duingebieden met een groene bestemming en een inventaris van de eigendomsstructuur van deze gebieden een prioriteitenlijst gemaakt, waarop het Vlaamse Gewest zich moest baseren bij de aankoop van duingrond. Uit deze studie kwam naar voor dat er tussen 1965 en 1997 in totaal slechts 176 hectare kustduinen was aangekocht door het Vlaamse Gewest (o.a. Houtsaegerduinen ongeveer 88 ha), wat neerkomt op een gemiddeld aankooptempo van slechts 5,5 ha per jaar. Daarnaast was nog zo’n 2.878 ha duingebied nog in privé-eigendom. Verschillende parlementsleden dienen voorstellen van een decreet in voor de oprichting van een verwervingsinstrument voor de Vlaamse kustduinen. Naar aanleiding van deze parlementaire initiatieven verklaarde de Vlaamse regering zich in 1998 akkoord om vanaf 1999 gedurende tien jaar jaarlijks een apart budget uit te trekken voor de verwerving van de duingebieden, onder de vorm van een specifieke post in het MINA-fonds. Naast deze aparte begrotingspost voor de aankoop van duinen bestond dit verwervingsinstrument uit de cel ‘Bescherming en Aankoop van Kustduinen’, waar twee bijkomende personeelsleden in dienst traden om zich over de talrijke schadevergoedingsdossiers te buigen en om het aankoopbeleid inzake kustduingebieden te bespoedigen.Het voorkooprecht voor zowel de Vlaamse Overheid als voor de erkende privé-natuurverenigingen moest daarnaast een actievere aankooppolitiek stimuleren.

In 1997 werd in de “Ecosysteemvisie voor de Vlaamse kust” een bijkomende afbakening van ongeveer 550 ha natuurgebied in de duinstreek noodzakelijk geacht en dit om de ecologische samenhang van het duingebied te bevorderen. Het betreft vooral gebieden aangeduid als “voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden”. Gezien de ecologische samenhang is ook de aanduiding van aansluitende polder­ gebieden ais toekomstig natuurgebied onontbeerlijk

In het Natuurrapport 1999 werd ter zake benadrukt dat het beschermen van het aansluitend poldergebied als natuurgebied onontbeerlijk was voor de ecologische samenhang.Deze laatste stelling is tot op vandaag voer voor hevige discussies.

In 1999 bij het aantreden van Vera  Dua als Vlaams Minister van Landbouw en Leefmilieu kwam het aankoopbeleid inzake duingebied in een werkelijke stroomversnelling en dit voornamelijk omdat er een specifiek budget werd gecreëerd. Het reserveren van grotere budgetten voor aankoop duingebied werd door V. Dua meermaals zelf bevestigd tijdens de vragenuurtjes in het Vlaams Parlement (o
ngeveer 4,5 M€/j).
Van de in 1999  3.800 ha open duinenareaal (inclusief de duin-polderovergang) binnen de kuststreek waren reeds 2.100 ha (=55%) eigendom van Vlaams gewest (ANB en MDK). Een ruime 900 ha (=25%) was nog in handen van vele honderden privé-eigenaars. Nu?
In veel gemeenten (vb te Koksijde) is een groot deel van het beschermd duingebied qua eigendomsstructuur erg versnipperd in verschillende kleine kadastrale percelen, die toebehoorden aan verschillende privé-eigenaars ingevolge opeenvolgende erfenissen. Deze terreinen zijn te klein om de eigenaars te verplichten om individuele beheerplannen op te leggen.

2.In 1997 wordt het Natuurdecreet uitgevaardigd:
Het Natuurdecreet is zeer belangrijk en regelt het beleid met betrekking tot natuurreservaten en creëert een aantal belangrijke instrumenten om natuurbehoud en – herstel te bevorderen, zoals de opmaak van natuurbeheerplannen en het voorkooprecht, verleend aan het Vlaamse Gewest.
Deze wetgeving probeert dus niet enkel het areaal aan duingebied te beschermen, maar streeft er ook naar om het unieke karakter van de duinen, meer bepaald hun typische uitzicht en hun hoge natuurwaarden, te behouden. Dit natuurdecreet bevat echter een aantal krachtige bepalingen.

3.Natuurbeheer van de duinen reeds in eigendom ANB
Door hun bescherming krijgen duingebieden in eigendom van de Vlaamse Overheid bijna automatisch het statuut van Vlaams Natuurreservaat, met als gevolg dat zij enerzijds onderhevig zijn aan  het Natuurdecreet, en dat zij in aanmerking komen voor de opmaak van een beheerplan, dat optimaal natuurbehoud en natuurherstel beoogt.
Natuurbeheer heeft als doel om de potentiële biodiversiteit maximaal tot ontplooiing te laten komen (daarvoor nodig: kappen bomen, ontstruwelen, hand maaien en begrazing met grote dieren,…). Vooral maatregelen om te verhinderen dat de biologische waardevolle duinpannen dichtgroeien met duindoorn en kruipwilg. Zo komen we toevallig gedeeltelijk terug tot een duinsituatie van 100 jaar geleden toen de begrazing van de duinen door de lokale vissersbevolking nog groot was. Nochtans is “natuurbeheer” niet de bedoeling om het duinuitzicht van vroeger te reconstrueren, wat ook NIET meer mogelijk is ingevolge de versnippering door de urbanisatie en nog andere factoren die de zanddynamiek fel hebben afgeremd.
Lees artikel over de vergroening van de Romeinse Vlakte Lees>>>>>
Dit beheer wordt vastgelegd in een natuurbeheerplan dat vertrekt van een inventarisatie van de vertreksituatie en duidelijke maatregelen oplegt om bepaalde doelstellingen te bereiken (horizon van 10 jaar).  De eerste dergelijke plannen die ministerieel goedgekeurd werden waren deze van de Westhoek (9 mei 1996); Houtsaegerduinen (1996). Meer hierover>>>>

In 2003 heeft de gemeente De Panne het beheer van zijn gemeentelijke Oosthoekduinen + Calmeynbos-Oost overgedragen aan ANB (beheer is gratis tot heden). ANB heeft sinds 1997 4 arbeiders+ 1 boswachter  in dienst om alle natuurbeheerwerken op hun terreinen uit te voeren (inclusief Cabour van IWVA).
IWVA voert zelf het beheer uit van het Calmeynbos-west + Krakeelduinen (op uitzondering van het technisch beheer door Bos en Groen (o.a. uitvoeren van de kappingen)).
Nu,  in 2019, zijn al deze gebieden in De Panne eigendom van de overheid (Vlaamse regering, IWVA of gemeente) en worden oordeelkunig beheerd volgens de goedgekeurde beheerplannen (in 2013 “DeDuinen en de Bossen van De Panne” (650 ha) en het ouder beheersplan van 2005 IWVA voor het Calmeynbos West (96ha), Dus geen verbrokkeling zoals te Koksijde.
Dit is uniek aan de kust.

Vedette
Recent, in maart 2015, werd Europees een nieuwe impuls gegeven via het grensoverschrijdend Europees LIFE + Natuurproject FLANDRE (= Flemish And North French Dunes Restoration. Een budget van ruim 4 M€ werd vastgelegd, waarvan 50% meegefinanciëerd wordt door de Europese Unie. Zie voorstelling in De Nachtegaal>>>
Met dit Europese project willen de 3 partners: het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse Overheid, het Département du Nord en de Conservatoire du Littoral aan Franse zijde werk maken van een permanente samenwerking voor de bescherming en het beheer van de Dunes de Flandre en de duinen van de Westkust als één grensoverschrijdend natuurpark.
Het programma van het project omvat zowel het aankopen van, zowel aan Vlaamse zijde als aan Franse zijde, tientallen hectaren kustduinen die vandaag nog in privéhanden zijn. Deze aankopen in der minne zijn noodzakelijk om die duinen een gepast beheer te kunnen geven. Daarnaast staan ook werken voor natuurherstel op de projectplanning: 2 hectare vochtige duinpannen in de Oostvoorduinen te Oostduinkerke, tientallen hectaren open duinlandschappen, nieuwe poelen en begrazing in de Dune du Perroquet, Dune Marchand en Dune Dewulf tussen Bray-dunes en Leffrinckhoucke,

4. Natuurherstel
Er werd ook meer aandacht geschonken aan natuurherstel van de duingebieden. Dit omvatte de afbraak van hinderlijke zonevreemde gebouwen zoals de oude Marinebasis van Lombardsijde in de Ijzermonding te Nieuwpoort en het vervallen zwembadencomplex‘Swimming Pool’ te Knokke.

5. Vertuining
Een volgende bedreiging vormde de “vertuining” van het duingebied. “Vertuining”impliceert dat private eigenaars hun grond op de markt brengen, niet om nieuwe verkavelingen op te starten, maar om “aanpalende privé-eigenaars de kans te geven hun tuin te vergroten”, aldus Jacky Maes (SPA). Door duingebied op te kopen dat aansluit bij hun eigendom, kunnen de eigenaars hun ‘achtertuin’ vergroten.Op die manier zorgde de“vertuining” opnieuw voor versnippering van het landschap en werd het duingebied niet alleen onttrokken aan de openbaarheid, maar bleef ook een degelijk beheer uit. Dat deze praktijken werden gesteund door immobiliënkantoren werd bewezen door Jef Tavernier (Groen) die tijdens de vergadering van de Commissie voor Leefmilieu en Natuur op 21 april 2005 deze praktijk aanklaagt (was dan 10€/m2 nog niet de prijs van een fles champagne)

De strijd om natuurbehoud is m.a.w. nooit af. Gezien het beheer en aankoopbeleid vandaag nog steeds verder loopt en van uitermate belang is om de duinen effectief van de betonvloed en degradatie te vrijwaren, kan men alvast besluiten dat het Duinendecreet op zich slechts een beginpunt vormde van een lange weg naar een werkelijke bescherming van de maritieme kustduinen, waarbij het beheer van dit gebied steeds meer gekaderd werd binnen een geïntegreerd kustzonebeheer.

6. Recreatief medegebruik:
De focus op natuurbehoud en natuurherstel impliceert niet dat de “sector natuur” het alleenrecht mag  opeisen voor onze duinen. Integendeel, het besef groeit meer en meer dat het maatschappelijke draagvlak voor natuur heel wat groter wordt als men natuurgebieden openstelt voor het grote publiek (niet alleen natuurliefhebbers maar ook gewone wandelaars) en tegelijk ook aandacht geeft aan natuureducatie via geleide wandelingen, folders en infoborden. Zowel het Agentschap voor Natuur en Bos als Natuurpunt vzw besteden dan ook ruimschoots aandacht aan recreatief medegebruik en proberen bij de inrichting van de gebieden die zij beheren, rekening te houden met de beleving van de recreanten. In de communicatie rond de duingebieden in beheer bij ANB wordt dit standpunt bijvoorbeeld duidelijk in de folderreeks met als slogan ‘Welkom in het Vlaams Natuurreservaat …’ die voor elk van de Vlaamse Natuurreservaten aan de kust is gepubliceerd. Natuurpunt vraagt in zijn ’10-puntenprogramma voor een kust met zee, zon en minder zorgen’ aandacht voor een (gezoneerd) recreatief medegebruik in de duinen, ‘mikkend op een win-win voor natuurwaarde en recreatie.

Recent is ook de provincie ingesprongen in de natuureducatie over de zee en de duinen via hun 2 nieuwe bezoekerscentra “Natuurpark Zwin” en de “Duinpanne

Maar ook de klassieke stationaire vormen van recreatie zoals zonnebaden, picknicken en spelen, en mobiele recreatievormen zoals wandelen (met of zonder hond), joggen en paardrijden moeten kunnen beoefend worden in de duinen.

Al deze activiteiten noemt men een vorm van recreatief medegebruik, d.w.z. dat de recreatie zich afspeelt in gebieden die een andere ‘hoofdfunctie’ hebben nl. natuur.
De recreatieve druk kan op bepaalde plaatsen (vb zeereepduinen) en tijdens welbepaalde periodes zo groot zijn dat de draagkracht van het natuurlijk systeem dreigt te overschrijden. Sinds geruime tijd groeit de overtuiging dat een duurzame aanpak van het recreatieve medegebruik, ook in het belang van het kusttoerisme zelf, noodzakelijk is. Speciaal de toeristische diensten van De Panne en Koksijde nemen dat meer en meer op in hun promotie van hun badplaats als een “Unique Selling Product”. Het blijft wel zo dat de “sector recreatie” in het algemeen de “hoofdfunctie natuur”, die aan de meeste duingebieden is toegeschreven, onderschrijft.
De behoefte blijft bestaan om in de duinen te spelen en te ravotten.

De duinen moeten ook in de mate van het mogelijke toegankelijk zijn, al is differentiatie nodig afhankelijk van de natuurwaarden.

Voor de uitgebreide nota van Westtoer over dit recreatief medegebruik  Lees>>>> 

“…De “sector recreatie” betwist geenszins de hoofdfunctie natuur, die aan onze duinen is toegewezen. Zelfs is de “sector natuur” vragende partij om, waar de natuurwaarden dit toelaten, voorzieningen toe te staan voor recreatief medegebruik. In theorie zit men hiermee op dezelfde lijn als de sector natuur , vanuit de gemeenschappelijke veronderstelling dat het openstellen van natuurgebieden voor recreatie het draagvlak voor de natuur vergroot. Maar in de praktijk hebben de twee sectoren spijtig genoeg nogal uiteenlopende visies over ‘wat de natuurwaarden precies toelaten’.(zachte recreatie, en met name natuurgerichte wandelrecreatie OK voor natuur. Andere vormen van recreatie zoals fietsen en paardrijden, roepen meestal weerstand op, al worden ze niet a priori uitgesloten). Bij meningsverschillen is het de sector natuur die meestal het laatste woord krijgt, veelal op basis van het ‘beruchte’ artikel 35 uit het Natuurdecreet, dat beschrijft welke vormen van recreatief medegebruik wel of niet zijn toegelaten.

6. Natuurlijke zeewering
Tegenwoordig gaat de voorkeur dikwijls uit naar ‘zachte’’ zeewering, waarbij men de aanleg van verhoogde en verbrede stranden combineert met de natuurlijke dynamiek van strand, duin en zee. Wat de duinen betreft zijn het vooral de zeereepduinen die een belangrijke rol spelen bij de kustverdediging.Voor Vlaanderen wordt de zeewering behartigd door de Afdeling Kust van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. Deze afdeling beheert daarom een groot deel van onze zeereep – in totaal zo’n 12 % van het duinenareaal. Uiteraard blijft de kustverdediging voor de Afdeling Kust de absolute topprioriteit. Er is echter ook ruimte voor de inrichting van deze duingebieden in functie van natuurbehoud en natuurherstel, gecombineerd met recreatief medegebruik.

7. Waterwinningsgebied
Ruim de helft van het drinkwater dat geproduceerd wordt voor het verzorgingsgebied van de IWVA (5 gemeenten achter de IJzer incl. stukje Diksmuide) is afkomstig uit de Vlaamse kustduinen. Waterwinning leidt tot een daling van de grondwaterstand. Deze verdroging verstoort de natuurlijke – vaak grondwaterafhankelijke – vegetatie in het gebied. Waar het kon, werd de grondwaterwinning stopgezet. Enkel in De Doornpanne en een klein beetje in het Calmeynbos Een groot deel van de productie gebeurt nu via infiltratie in de Doornpanne. Lees>>>>.
Nu gebeurt en het beheer van deze gebieden in nauwe samenwerking met het ANB; voor de gebieden waar de waterwinning is stopgezet is het beheer volledig overgedragen aan ANB (vb Cabour).

Bron (cursief):  scriptie van “Het Duinendecreet” van Pauline Van Bogaert
Voor de integrale Scriptie>>>>

Advertenties

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Natuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.