Onze dierbare Duinen (Deel 9 van 9)

Blauw = bijgevoegd

Opleiding Westhoekreservaat met boswachter Johan Lamaire : dec 2018

Een decreet van de Vlaamse regering die bouwstop in de duinen aankondigde was nodig. 
De commotie die ontstond rond de invoering van dat duinendecreet heeft aanleiding geheven tot een hele reeks maatregelen waarvan het aankoopbeleid en het natuurbeheer de belangrijkste zijn.
Recent heeft de toeristische sector, met Westtoer op kop, ook het belang ingezien voor het toerisme. De Panne en Knokke hebben met hun prachtige grensoverschrijdende natuurgebieden een “Unique Selling Position”. De “sector natuur” blijft de hoofdverantwoordelijke maar de “sector recreatie” dringt ook aan op betere ontsluiting van de reservaten in beheer door ANB. Enkele missing links in de wandelverbindingen moeten nog uitgevoerd worden (o.a. de verbinding VNR De Westhoek met de Dunes du Perroquet). 
En last but not least komt het belang van de duinen als duurzame oplossing voor de zeespiegelstijging in de actualiteit.

1902 OPENKLIKKEN naar 1.200 px

1.Hoe heeft het het duinenbesef geëvolueerd in het verleden.
In vorige artikels werd de houding van de maatschappij uiteengezet ten vergeleken van onze oorspronkelijk 5.000 ha duinen.
Tot voor de Tweede Wereldoorlog waren het enkel kunstenaars en landschapskenners die de mooiheid van de duinen verheerlijkten. Verkavelen werd dan als fataal beschouwd maar er werd wel voorgesteld dat de staat de landschappelijk mooiste duinen zou aankopen als “natuurpark” vooral voor esthetische bescherming. Men was zich dan nog niet bewust van de hoge waarde van bepaalde unieke biodiversiteiten.
In de jaren 50 sloeg het immobilia oorlog toe ingevolge het appartementoerisme. Alle badplaatsen op de ganse kustlijn bouwden hun “The Atlantic Wall” (uitgezonderd De Haan). Ook kampeerterreinen kwamen overal in de duinen.
De tentoonstelling “De Zeedijk van De Panne in de Belle Epoque” had een onverhoopt groot succes, niet alleen bij de Pannenoars maar vooral ook bij de tweede verblijvers. Mooi waren de foto’s die aantoonden hoe ver van de duinvoet en hoe hoog de eerste villa’s gebouwd werden op de oorspronkelijk hoge duinen (de “witte Berg” is nog een klein overblijfsel).

het tracé van de Zeedijk loopt evenwijdig met de gele verbindingslijn van de Bass naar hotel Terlinck. Dus vrij hoog op de steile en hoge zeereepduinen

Via de gewestplannen in de tweede helft van de jaren 70, probeerde men de 3.100 ha resterende duinen te behouden. Maar deze intenties werden sterk uitgehold door de gemeentelijke BPA’s die steeds meer de duingebieden inpalmden. Samen met de projectontwikkelaars  onderhielden de gemeentepolitiekers goede contacten met de ministeriële kabinetten, waardoor steeds meer eigendommen in het rood (woonzone) werd ingekleurd. Deze ontwikkelingen leidden tot een sterk versnipperde open ruimte met een gebrek aan ecologische verbindingscorridors. Dit heeft de interne degradatie van de natuurgebieden sterk in de hand gewerkt. Van overheidsaankopen door  kwam weinig terecht (uitzondering: Het staatsnatuurreservaat De Westhoek in 1957).
Men heeft moeten wachten tot de regionalisatie in 1981 vooraleer de hogere overheid tussenkwam voor een betere ruimtelijke ordening en ook voor natuurbescherming. Aanvankelijk probeerde men dat via het “Ruimtelijk Structuurplan”. De afkondiging van strengere beschermingen had het omgekeerde effect. In paniek werden de gewestplannen nog verder uitgehold en steeg het aantal ongestrafte misdrijven enorm uit schrik voor bescherming ( vergelijk met de “betonstop” nu). Zo was het aantal ha duinen in 1987 verder gedaald tot 2.700 ha (cf begin gewestplannen 3.100 ha). Tezelfdertijd ontwikkelde zich ook een groeiend besef aangaande de grote natuurwaarde van onze duinen. Maar ook de grote speculatiedruk op het duingebied, gesteund door de gemeenten,  bleef enorm groot. Een initiatief mocht dan ook niet langer op zich laten wachten: reeds talrijk duingebied was immers onherroepelijk verloren gegaan, niettegenstaande de goeie intenties van de gewestregering.
Uiteindelijk was iedereen het over eens: de bescherming van de kustduinen moest stante pede worden gerealiseerd. De vooruitziende blik van enkele volksvertegenwoordigers, eerst Jan Loones en dan ook Johan van de Lanotte, gaf die jaren een echte impuls tot wetgevende actie.(1991,…). Dank zij deze 2 ambitieuze volksvertegenwoordigers, en 2 gedreven ministers Norbert De Batselier (SP) voor Leefmilieu en Theo Kelchtermans (CVP) van Openbare Werken en ook een geëngageerde en goed werkende administratie is het parlementair  DuinenDECREET op 14 juli 1993 gestemd onder het ministerie van Natuurbehoud.  Hierdoor kregen de kustduinen geen bescherming met slechts verordenende kracht, zoals een gewestplan, maar een vergaande decretale bescherming (1.105 ha werden beschermd, nl. 336 ha beschermd duingebied en 796 ha voor het duingebied belangrijk landbouwgebied. In deze eerste versie ongeveer 1/3 te De Panne met 24,9 ha (incl de Duinzoom Oosthoek tussen Artiestenpad en Langeleed)). Van bij het begin bleek dat Iedereen het er over eens was dat de niet aflatende afkalving van de duinen een halt moest toegeroepen worden en dat de natuurwaarden moesten worden beschermd. Veel minder eensgezindheid bleek er echter achteraf over de uitwerking van het decreet te zijn en over middelen die precies moesten worden aangewend.
De Vlaamse regering kreeg aldus de bevoegdheid om in detail deze gebieden aan te duiden waar bouwverbod zou gelden. Het vertrekpunt was de reeds in 1992 opgesteld inventaris van het Instituut voor Natuurbehoud.Hiervoor waren 4 objectieve criteria opgesteld. Het oppervlaktecriterium was het belangrijkst en er moest verder nog 1 één van de 3 andere criteria vervuld zijn.
Om te vermijden dat vóór de publicatie van het uitwerkingsbesluit alles nog snel zou volgebouwd worden moest alles ook snel gebeuren. Grote geheimhouding was daarom geboden. Dit resulteerde in het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 1993 (in BS op 17 sept), het zogenaamde “DuinenBESLUIT”.

De privé percelen die in het duinendecreet vallen in De Panne zijn zeer beperkt. Buiten Sobifac en REWA nog 2 percelen aan de Groene Biezenlaan dicht bos + de bospercelen ten zuidoosten van de Calmeynlaan + 2 percelen aan de Duinhoeklaan

Westelijk gedeelte = bufferzone VNR DE Westhoek. Zuidelijk gedeelte = Koninklijke schenking

Buiten Sobifac en REWA alleen gemeentelijke gronden van openbaar nut

Duinhoekstraat

Vóór het uitvoeringsbesluit van 17 september 1993 werd gefoefeld door het inderhaast afleveren van bouwvergunningen op basis van voorkennis. Op veel plaatsen (ook in De Panne) werden funderingen gegoten om vooralsnog de bescherming te omzeilen (in deze periode was Johan Degrieck burgemeester te De Panne). Het Duinendecreet bepaalde immers dat de bouwwerken in het kader van een reglementair afgeleverde bouwvergunning waarmee vóór 17 september 1993 al een aanvang was gemaakt, konden worden verdergezet. (vb te Koksijde werden op 15 september  nog pak vergunningen voor projecten in de betrokken duinen afgeleverd. Dit ging  in tegen de geest van het decreet, waarin stond dat een vergunning op zich niet telde en dat de wettelijke termijn van twintig dagen moest worden gerespecteerd). (De bevoegde administraties AROHM en AMINAL, bleken immers niet voldoende efficiënt op te treden en dit voornamelijk door een tekort aan middelen en mensen).
In een aantal gevallen waar de bouw na 17 september was begonnen  werden de werken stilgelegd, aangezien vanaf 17 september 1993 een onherroepelijk bouwverbod ingegaan was. De stilleggingen werden door de rechtbanken in Veurne en Brussel aangevochten waarbij de eigenaars op dat moment telkens gelijk kregen en dus de bouwactiviteiten voorlopig mochten worden vervolgd. Maar de Vlaamse Regering onder naam van N. De Batselier heeft hier beroep tegen aangetekend.

De bouwstop was dus van kracht alhoewel de Vlaamse Raad (het parlement) dit besluit nog moest bekrachtigen. Hierdoor ontstond ook veel discussie:
1. Men was niet akkoord met de ondemocratische manier waarop het besluit van de Vlaamse regering tot stand was gekomen. De eigenaars hadden immers geen inspraak gehad in de aanduiding van de gebieden en ook de inbreng van de gemeentebesturen was eerder beperkt gebleven. Om te komen tot een ondubbelzinnige definitieve bescherming moest een perceelsgewijze inventaris opgesteld worden. Er werd dus bekomen dat aan deze inventaris  een openbaar onderzoek diende vooraf te gaan. Een schrijven hiertoe  van 7 oktober 1993 van de Commissie van Leefmilieu werd behandeld in het schepencollege van De Panne in zitting op 12 oktober 1993. Het advies moest immers reeds om 14 oktober teruggestuurd worden. Het waren vooral de gemeenten, ondersteund door de vastgoedsector die deze kritiek hadden. De grootste grievenbundel kwam uit Koksijde, met maar liefst 174 bezwaarschriften. Daarna volgde De Panne (39).
2. Een tweede knelpunt was de schadevergoedingsregeling, die volgens de bezwaren onrechtvaardig en strijdig was met het gelijkheidsbeginsel. Eigenaars van de door waardevermindering getroffen percelen konden ten vroegste vijf jaar na het van kracht worden van het decreet schadevergoeding vorderen en konden niet meer dan tachtig procent van het waardeverlies opeisen.Toch verliep achteraf gezien deze regeling sneller  dan de planschaderegeling die bij gewestplanwijzigingen normaliter werd gevolgd, (daar duurde dat in praktijk veel langer dan 5 jaar).

Na enkele kleine aanpassingen kwam werd de uitvoering toch bekrachtigd bij decreet van 21 december 1994. Door toevoeging van enkele bijkomende duingebieden t.o.v. 1993 (vb duinen van de Koninklijke Schenking + zeereepduinen in De Panne) werd derhalve hiervoor een tweede openbaar onderzoek ingesteld. Uiteindelijk voegde het besluit van 4 oktober 1995 hierdoor 158 ha toe. Dit besluit werd definitief bekrachtigd bij decreet van 29 november 1995 (B.S. 30 november 1995). In totaal 336 ha ‘beschermd duingebied’ en 769 ha ‘voor het duingebied belangrijk landbouwgebied‘.

Naast deze correcties werd ook voorzien in een billijke schadevergoeding in het decreet, dat omwille van het statuut van ‘erfdienstbaarheid non aedificandi’ echter geen verplichting was.

Dat niet alle actoren opgetogen waren met de uitwerking van het Duinendecreet spruit voort uit het feit dat dit een compromis was tussen politieke partijen en niet tussen de betrokken belangengroepen (dus geen consensus). Door van bovenaf regelgeving op te leggen mits een geringe inspraak van de belangengroepen, werd vermeden dat het decreet ten onder ging aan lange, logge overlegrondes en lamlendig gekibbel, wat op het einde van de rit enkel tot besluiteloosheid en dus tot verdwijning van de laatste restantjes duin zou leidden.

Protest kwam voornamelijk op het feit dat men beweerde dat er helemaal geen rekening werd gehouden met de individuele belangen van de eigenaar. De grenscorrecties en de schadevergoeding als concessies ten voordele van de eigenaars wijzen echter op het tegendeel. Bovendien is het bieden van weerwerk inherent aan het compromismodel: geen verzet zou immers wijzen op een consensus. Een afweging moest gemaakt worden tussen enerzijds het op lange termijn veiligstellen van het duingebied en dit niet alleen omwille van het biodiversiteitsargument maar ook ten behoeve van het kusttoerisme en anderzijds het op korte termijn vrijwaren van de bouwgronden van de eigenaars in de betrokken zones.
Dit beschermingsplan kwam wel veel te laat. Talloze duingebieden waren doorheen de twintigste eeuw onherroepelijk beschadigd en verloren gegaan. Een herstelbeleid bleek voor enkele gebieden niet meer mogelijk.

Conclusie

Men kan stellen dat de rechtstreekse invloed van de lokale besturen op het decreet gering was. De decretale bescherming was immers ingegeven door het feit dat de geschiedenis van het Vlaamse natuurbehoud had aangetoond dat de kustgemeenten niet bij machte waren om het duingebied te vrijwaren van de betonvloed. Aan de hand van een chronologische voorgeschiedenis van het duingebied in zijn relatie tot de mens werd in vorige artikelen aangetoond dat een gebrekkig lokaal stedenbouwkundig beleid als belangrijkste oorzaak gold voor de verkwanseling van het duingebied, waarbij kustgemeenten niet in staat waren om het hoofd te bieden aan de toenemende toeristische druk.
Het Duinendecreet evenwel werd vanuit de Vlaamse Raad en de Vlaamse regering gedirigeerd. Enkel een top-down beleid, dat een voor alle kustgemeenten geldend beschermingsplan oplegde, kon de duinen veiligstellen van bouwwoede.

Dit betekent echter niet dat de kustgemeenten helemaal geen inspraak kregen bij de afbakening van het gebied. Ze hadden een geringe formele invloed bij de organisatie van de 2 openbare onderzoeken. Daarnaast kregen de kustgemeenten ook een belangrijke toezichthoudende functie toebedeeld, wat hun impact op de implementatie van het Duinendecreet aanzienlijk verruimde. Op die manier konden sommige kustgemeenten onrechtstreeks wel weerwerk bieden tegen het duinendecreet  en hun steun verlenen aan bouwpromotoren door bepaalde praktijken te gedogen in hun gemeenten. Gelukkig dat het Duinendecreet over een gewestelijke regisseur beschikte i.p.v. een lokale regisseur beschikte.

Dezelfde situatie zien we nu in het klein te De Panne bij het bebouwen van de 8,68 ha open ruimte waar vroeger Camping Zeepark. Er is blijkbaar geen bemoeienis gekomen vanwege de hogere overheden en de gemeente heeft via het opstellen een Gemeentelijke RUP deze zone toegelaten om hier een groot project te bouwen. Dit had nochtans anders gekund maar indien de gemeente dergelijk initiatief zou genomen hebben dan zou de gemeente ook de planschade vergoeding hebben moeten betalen aan de familie Houtsaeger (planschade om van een recreatiezone een bouwvrije zone te maken. Dit spoor is wellicht nooit onderzocht geweest.
Zie beschrijving van het project>>>>

Belet de zeereepduinen die aan de zijde van het Canadezenplein beschadigd zijn.

De zeereepduinen vallen buiten het project en zijn eigendom van MDK

Binnen de eerstkomende weken  zal wellicht de eerste bouwaanvraag ingediend worden (ongeveer 250 á 275 vakantieverblijven en 250 parkings + hotel van 80 kamers en 80 parkings (met nevenfunctie restaurant en feestzaal)  + beachclub  i.p.v. vroeger 600 campingplaatsen). 
Zoals bij de Westhoekverkaveling in 1972  zal de burger wellicht pas “wakker schieten” bij de start van de grote zandverplaatsingswerken. Maar dan is het veel te laat.
Dit project voldeed niet aan de 4 objectieve selectiecriteria van het Duinendecreet en werd dus in 1993 logischerwijs niet opgenomen in de inventaris van het Instituut voor Natuurbehoud. (het was inderdaad geen waardevol duingebied maar op termijn zou dit wel kunnen omgevormd worden tot een waardevol natuurgebied die een tweede grote eigenschap heeft nl de “open ruimte” tussen De Panne en Baaldje open houden.
Achteraf gezien beschouw ik het als een schande van het gemeentebeleid dat de variant investeren in planschade blijkbaar niet onderzocht werd en zeker niet gecommuniceerd werd aan de bevolking. Hoeveel euro zou een Pannenoar over hebben om dit gebied terug te geven naar de natuur als openbaar Natuurpark? Nu te laat.

Op gebied van kustverdediging is er geen probleem op voorwaarde dat de voorliggende zeereepduinen spontaan kunnen meegroeien. (verantwoordelijkheid van MDK)

Bij de discussies aangaande het duinendecreet heeft men niet alleen het ecologisch benadruk, maar ook uit het sociaaleconomisch oogpunt: het verder dichtslibben van de duinen was immers ook schadelijk voor het kusttoerisme en dus voor de welvaart van de kustgemeenten. Door niet alleen het biodiversiteitsargument, maar ook de sociaaleconomische gevolgen (verdwijning van duin als toeristische trekpleister) te beklemtonen, probeerde men de burger individueel te sensibiliseren en tot actie aan te zetten.

Door deze combinatie werd zowel ingezet op een langetermijnvisie (nood aan een gezonde, kwalitatieve kustomgeving), als een korte termijnvisie (nood aan welvarende toeristische kustgemeenten). In die zin werd het Duinendecreet voorgesteld als een win-win tussen behoud van natuur en behoud van toerisme.
Aan de hand van beladen woordkeuze trachtte men slotte ook antipathie op te wekken voor de tegenstanders van het Duinendecreet. Voornamelijk de vastgoedsector werd daarbij niet gespaard. Bouwpromotoren werden vaak afgeschilderd als ‘argeloze op winst beluste speculanten’, die in‘maffiapraktijken’ waren verstrengeld. Met steun van sommige journalisten, kwamen deze negatieve connotaties ook vaak voor in de persberichten omtrent dit dossier.

Verzet tegen het Duinendecreet, kwam uit verschillende hoeken. Hoewel ze niet tegen het decreet op zich waren, leverden zowel de politieke partijen CVP en VLD, als de vastgoedsector vertegenwoordigd door CIB Vlaanderen afdeling Kust, felle kritiek op de manier waarop het decreet tot stand was gekomen. Door de ‘benadeelde kleine eigenaar’ centraal te stellen werd een pathetisch frame gecreëerd, waarin benadrukt werd dat het decreet ook economische schade en werkloosheid zou berokkenen. In dit kader beschuldigde men de gangmakers van het decreet tevens van dictatoriale beleidsvorming en politiek favoritisme. Ook hier mankeerde het niet aan beladen woordkeuze. Politici werden afgeschilderd als ‘neocommunisten’ en het beleid werd vergeleken met een marxistisch regime anno 1917. Een sterk genuanceerde versie van dit frame werd ook gehanteerd door de CVP en de VLD om te ijveren voor méér rechtszekerheid en een billijke schadevergoeding. 

De afweging tussen enerzijds een langetermijnvisie en anderzijds kortetermijnwinsten, wordt beslecht door de angst om het voortouw te nemen en door de mogelijke risico’s die hieraan zijn verbonden. Aansprakelijk zijn voor een beleid waarvan de resultaten pas na enkele jaren zichtbaar worden, is gezien de electorale ingesteldheid volgens de waan van de dag immers politiek niet interessant. Ook het gebrek aan bereidheid tot overleg en samenwerking lijkt een gevolg te zijn van deze verlammende angst tot het nemen van verantwoordelijkheid. Dit gebrek aan responsabiliteit geldt echter ook voor de individuele burger die het zich persoonlijk toe-eigenen van grond nog al te vaak ziet als een absoluut recht. Dat deze vaste overtuiging op lange termijn echter enkel leidt tot zelfvernietiging en ontwrichting, wordt vaak vergeten.

Daarnaast vestigt dit historisch compromis ook de aandacht op het gebrek aan responsabiliteit van de individuele burger die het zich persoonlijk toe-eigenen van natuurschoon nog al te vaak ziet als een absoluut recht. Grond is echter schaars en in principe van niemand.  Dat deze vaste overtuiging op lange termijn dan ook enkel leidt tot zelfvernietiging wordt vaak genegeerd.

2. Hoe evolueert het duinenbesef naar de toekomst toe?
Recent heeft men het belang van de duinen voor Kustveiligheidsplan herontdekt (de paters van de abdij der Duinen wisten dat al lang geleden).
Het wordt meer en meer duidelijk dat men de doelstelling van de klimaatconferentie van Parijs 2005, van 1,5 a 2 graden opwarming, niet zal halen. Dit zou niet alleen een verhoging van de zeespiegel tot gevolg hebben maar ook een verandering van de meteo met veel meer en heviger stormen. Eén van de tegenmaatregelen is het verhogen van de stranden door periodieke zandsuppleties (zand een 40-tal km diep uit de Noordzee). Dat is zeker geen structurele oplossing. Dit is duur en niet duurzaam.
Daarbij is dat recent in het nieuws gekomen omdat zelfs bij kleine stormen, op bepaalde plaatsen, zandkliffen ontstaan. Het is net geen 2 jaar geleden dat de Vlaamse regering voor meer dan 15 miljoen euro zand op het strand liet storten, na de doortocht van storm Dieter. Dat moet regelmatig herhaald worden omdat het zand beweegt en op bepaalde plaatsen aan de kust weer wegspoelt.

foto: Simon Mouton 2017

Dit zand zand is niet helemaal verloren. Het verplaatst zich voor een groot deel dieper in de zee achter de hoogwatervloedlijn. Hierdoor is komt dit “nat” strandgedeelte iets hoger. Dit heeft een zeer belangrijk effect in het vroeger laten uitrollen van de golven waardoor die met een geringere golfslag aan de springtijvloedlijn komen. Een ander deel van dat zand zit in suspensie in het water en wordt heen en weer vervoerd evenwijdig met de kust om eventueel ergens anders op het strand te bezinken. De natuurlijke afslag aan onze kust is niet overal gelijk. Er zijn plaatsen waar het strand aangroeit (vb Schippgatduinen) en plaatsen waar zand verdwijnt (vb Westhoekverkaveling). Dit zou een golvende dynamische kustlijn moeten geven zoals dat bij ons historisch was (en nu nog op bepaalde plaatsen in Zeeland). Ook de werking van de strandhoofden (“golfbrekers” genoemd door de lokale bevolking) profiteert van dat zijdelings zandtransport om zand te capteren en aldus het strand te verhogen (dat is  de hoofdbedoeling van die golfbrekers en dus zeker niet om de golven te “breken” bij een storm).
De derde deel van het zand verdwijnt in suspensie in de diepere zee.
Hier weze wel opgemerkt dat in de zomer, bij een rustige zee, veel van het zand dat in de winter weggeslagen werd teruggebracht wordt. Het zeewater heeft veel zand in suspensie , vooral aan dicht bij het strand, ingevolge de golfslag (het zeewater is troebel en bruin door dat zand en fijn slib. Na 5 minuten stilstand in een glas is dit water kristalhelder en ligt een laagje slib en zand onderaan het glas). Dit gebeurt ook gedeeltelijk bij elke normale hoog water cyclus. Ieder zacht golfje is met zand beladen. Trekt dit golfje zich rustig terug naar de zee dan zal in zo’n beweging meer zand gesedimenteerd zijn dan was opgenomen door dat golfje. Dus in rustige omstandigheden wordt bij elke hoogwater een klein laagje zeezand/slib afgezet op het intertidale strand. Vandaar dat tijdens de rustiger zomermaanden het strand zich grotendeels hersteld (terug verhoogd) van de verdwenen zand in de winter. Deze natuurlijke herstel van de stranden betekend dus ook dat bij de geprognosticeerde zeespiegelstijgingen het strand automatisch mee zal stijgen zonder extra zandsuppletie.
Ook zeer belangrijk zijn de landwaartse felle winden en de plantengroei vanaf de springtijvloedlijn (om de 14 dagen springtij en quasi geen planten zijn zeewaterbestendig. Ook de helmwortels niet). Dus bij gunstige richting van de wind en voldoende sterkte stuift een klein gedeelte strandzand in de duinen waar het vastgehouden wordt hoofdzakelijk door het helm en in de straten van de kustgemeenten waar de gemeentewerkers een nooit aflatende job hebben. Zo ontstaan de natuurlijk embryonale voorduintjes die zeer snel kunnen groeien tot ware grote duinen.
Vandaar dat natuurlijke zandstranden fungeren als een buffer tussen land en zee en het achterland beschermen tegen afkalving van de kust en tegen overstroming. Toch kan het sedimentair regime op relatief korte tijd versterkt, afgezwakt of zelfs omgekeerd worden door natuurlijke processen of menselijk ingrijpen. Eén zo’n menselijk ingrijpen is de duinvoetversteviging in De Panne tussen het zeilwagencentrum en het einde van het vissersdorp (“de kaap”). In een paniek reactie heeft men bij het aanleggen van de Westhoekverkaveling begin van de jaren 70 geopteerd om de”mur Atlantique” te laten staan om zogezegd de achterliggende buildings te beschermen van overstromingen. Nog straffer men heeft een groot deel van het afbraakbunkerpuin vóór deze muur gestort en er een dienstweg op gemaakt voor onderhoud. Deze constructie beantwoord helemaal niet aan de technische vereisten voor een zeewerende duik qua bouwtechniek en qua hoogte (slechts 7,2 m TAW). Dus belange niet sterk genoeg en niet hoog genoeg. Dus zinloos.
Integendeel, deze constructie vormt een onnatuurlijk obstakel om hoge zeereepduinen te vormen volgens bovenbeschreven mechanisme. Vandaar dat over deze strandzone permanent afslag gebeurt (niveau strand daalt jaarlijks). Het is zelfs zo dat de terugkaatsing van de golven bij elke hoogwater een ondergronde terugstroming veroorzaakt die de zandopbouw volledig tegenwerkt. Vandaar dat een 10-tal jaren geleden de dienst MDK het schepencollege en ook in een openbare zitting de burgers verwittigd heeft dat zij die dijk niet nodig achten in hun Kustveiligheidsplan en dus deze dijk niet meer zullen onderhouden met Vlaams geld. De Panne mag dat verder doen i.f.v. de toeristische meerwaarde. Dit was ten ander een hoofdthema in de verkiezingscampagne van vorige coalitie DAS+CD&Vplus. Er is in die 6 jaar alleen een bepekte oplapping betaald door de gemeente maar geen structurele herstellingen. Dat item stond ook niet meer in de diverse verkiezingsprogramma’s van 2018. Wel komt wellicht een paar 100 m voorbij de slufter een panoramaplatform met zicht op het strand en vooral het VNR De Westhoek (de grote noordelijke graaszone, niet vrij toegankelijk)

Dus bij zeewaterstijgingen zal automatisch het strand mee stijgen bij voldoende sedimentenaanbod (zand en slib). De huidige opspuitingen helpen dit proces gedeeltelijk en maken dat de helling van het natte strand ook vlakker verloopt zodanig dat de golven zo vroeg mogelijk gebroken worden en hun energie verminderen.

Geschiedenis van de duinen van De Panne
De opbouw van de kustvlakte (inbegrepen de gehele IJzervallei en de regio vóór Brugge) is het resultaat van 10.000 jaar lange geschiedenis waarbij in de vroege middeleeuwen de mens een belangrijke rol heeft gespeeld. De studies van Cecile Baeteman van de Belgische Geologische Dienst hebben aangetoond dat de geschiedenis van het ontstaan van de kustvlakte niet mag gezien worden als een reeks verschillende, goed herkenbare en van elkaar gescheiden overstromingen, maar als het resultaat van een continue opvulling gedirigeerd door de continue stijging van de zeespiegel. (in 1948 heeft Tavernier de nu voorbijgestreefde theorie uitgewerkt in verband met de drievoudige Duinkerkentransgressies)
10.000 jaar geleden, op het einde van de laatste IJstijd stonden we hier 20 à 25m lager op een toendra-achtig golvend landschap met weinig begroeiing en onderhevig aan zandstormen. Hierdoor was de oeroude bodem (Ieperiaanse klei) meestal bedekt door een vijftal meter opgewaaid zand (dekzand). Als gevolg van klimaatopwarming begon het landijs afsmelten. In de eerste periode na 10.000 geleden steeg de zeespiegel vrij snel (60 à 80 cm /100 jaar; nu slechts 7 cm / 100j, in de toekomst terug wat sneller ingevolge de klimaatopwarming). Het waterpeil van de Noordzee steeg zodanig dat Engeland een eiland werd en de Noordzee ongeveer 7.000 jaar geleden onze streek bereikte (weliswaar ruim 20 m lager, ongeveer in de monding van de toenmalige IJzervallei). Door het dagelijks spel van eb en vloed evenals de grote aanvoer van zeezand door de toegenomen stroming vanuit het kanaal, ontstonden zandbanken die boven water uitkwamen en waarachter zand en slib (klei) afgezet werden in het achtergelegen landschap (WADGEBIED of SLIKKE en SCHORREGEBIED genoemd). Er was geen rust genoeg om verder te evolueren naar weelderige begroeiing. Rond het einde van deze periode was de volledige kustvlakte opgevuld zelfs meer zeewaarts dan de huidige kustlijn. Boven de afzettingen van de IJstijd is een kleine turflaag t.g.v. de zoetwaterveenmoerassen opgestuwd door het voortstijgend zeepeil (= basisveenlaag) en daarboven dikke lagen zand/klei. (afzetting van Calais genoemd. Men heeft zeer nauwkeurig de kurve kunnen opstellen van deze zeewaterstijging door C14 dateringen op het organisch materiaal van de basisturflaag. Een vertraging van de stijging van de zeewaterspiegel treedt op rond circa 5.500 – 5.000 jaar geleden (dan slechts 7 cm /100 j tot heden). Er waren nog steeds hoeveelheden sediment beschibaar in de Noordzee t.g.v. de brutale overstromingen van de deposities van de grote rivieren na de laatste ijstijd, Zandbanken voor de kust konden zich ontwikkelen tot een zandige kustbarrière met vlakke duintjes. Dit sloot de kustlijn grotendeels af van de rechtstreekse invloed van de zee, met uitzondering van enkele riviermonden. Achter die kustbarrière kon zich massaal plantengroei ontwikkelen op een moerassige kustvlakte met zoetwater uit het binnenland. Resultaat was een ongestoord groeien van de veeneilanden zodat omstreeks 4.500 jaar geleden quasi de volledige vlakte bedekt was met KUSTVEENMOERAS op uitzondering van kleine stukken bij de opengebleven zeegaten. De aanwezigheid van dergelijk uitgestrekt veengebied veronderstelt het aanwezig zijn van een min of meer gesloten kustlijn met zeewerende barrière. Deze oude duinen waren breed en strekten zich uit van waar De Panne dorp nu ligt tot wellicht 2 à 3 km meer zeewaarts. Men spreekt van de “Oude zeewerende Duinen van De Panne” De “Cabourduinen” zouden veel jonger gevormd zijn ten noorden van de diepe zeeinham van de Moerenbinnenzee vanuit Duinkerken. Deze duinen waren begroeid met jeneverbesstruiken evoluerend naar “eikenbos”vegetatie. (eigenaardig genoeg geen duindoorn). Wellicht waren op de hoger gelegen binnenduinrand, tussen De Panne en Zuydcoote, reeds permanente of semipermanente nederzettingen van veetelers (schapen en ganzen) die zich in de zomerperioden met zoutwinning bezig hielden. De duinen kunnen immers als springplank fungeren naar het achterland waar ook reeds zeer vroeg veenontginning gebeurd is,
Vanaf 2500 tot 1500 jaar geleden trad een ander fenomeen op. Het sedimentaanbod van de Noordzee is geleidelijk aan verminderd zodat de zeewerende barrière gedeeltelijk afgekalfd worden. Ook zou verwarming van het klimaat aanleiding gegeven hebben tot meer stormen. Door meer blootstelling van het achterland via grotere en nieuwe getijdegeulen (en nog weliswaar zeer kleine zeespiegelstijging) dringt de zee door in het veenlandschap van de kustvlakte. Via deze nieuwe geulen treedt er ontwatering van de turflagen op in de nabijheid van de geulen. Resultaat “inklinking” van de zeer waterrijke veenlagen wat leidt tot aanzienlijke daling van het oppervlak en terug vorming van een groot getij

De hierboven geschetste geschiedenis van de laatste 10.000 jaar illustreert zeer goed hoe het strand mee omhoog gaat met het zeeniveau (10.000 jaar geleden was ons strand 25 m lager). Niet de zeespiegelstijging maar de golven vormen het grootste probleem bij de te verwachten klimaatmieserie (als het waar is dat de meteorologische modellen voorspellen meer en heviger stormen voorspellen). Dus het overstromingsgevaar en de schade aan onze kustverdediging zal alleen te maken hebben met de hogere en meer frequente golven. Zelfs 1 m stijging van de zeespiegel zal weinig veranderen aan onze natuurlijke stranden. Die herstellen zich namelijk op een natuurlijke wijze. En ook de duinen zullen automatisch meegroeien. De “zachte” natuurlijke zeewering is dus de beste (beter dan golfbrekers/strandhoofden en dijken die veel onderhoud vergen). Er moet wel nog voldoende zandaanbreng kunnen gebeuren. De huidige artificiële oppspuitingen komen van Vlaamse onderzeese zandbanken 30 a 40 km ver van de kust. De volumes in het Belgisch gedeelte van de Noordzee zijn relatief beperkt maar dit kan geen probleem zijn  daar op kortere afstanden dan t.o.v. de huidige Vlaamse zandontginningen enorme zandreserves aanwezig zijn in de Hollandse wateren (dat zand zal natuurlijk niet gratis zijn).

Er zijn natuurlijk veel kontakten met de Nederlandse overheid. Daar is het kustverdedigingsprobleem nog veel acuter dan bij ons. Momenteel investeert men daar 1 miljard euro per jaar (voor een 10 keer langere kust). Hier in Vlaanderen raamt men de nodige investering voor de realisatie van de eerste fase op 300 miljoen euro. (vb de grote werken te Oostende, de stormvloedkering te Nieuwpoort; nieuwe voordijk te Middelkerke, …)
Invoeging door ir. Noël Hoste: “..Er is een verschil in de noodzakelijke maatregelen voor kustveiligheid aan de Vlaamse en de Hollandse kust. De Hollandse kust wordt bij NW-stormen volop getroffen, terwijl de Vlaamse kust “in de schaduw” ligt van Engeland. Daarom heeft de Nederlandse overheid geopteerd voor een beveiliging tegen de 10.000-jarige storm, terwijl bij ons dezelfde beveiliging kan worden bereikt met maatregelen tegen de 1.000-jarige storm. Bij de watersnoodramp van 1953 werd het water opgestuwd tot hoogtes die overeenkwamen met een 500-jarige storm in Zeeland en een 250-jarige storm in Oostende…”

Zoals hierboven beschreven is er dus geen overstromingsprobleem te verwachten voor Vlaanderen op voorwaarde dat we beroep kunnen doen op een natuurlijke duinenbescherming. Wel moeten we natuurlijk ook de overstromingen via de openingen van de rivieren vermijden (dit was de grote reden van de Duinkerkse transgressies en de grote overstomingen in de Romeinse tijd en de vroege Middeleeuwen).

Het probleem vandaag is dat betonnen dijken een onwrikbare grens tussen de duinen en het strand trekken. En op veel plaatsen werden de duinen vervangen door gebouwen -de Atlantic Wall- en zo is de natuurlijke keten verbroken. Bij stormweer kan daar geen zand van de duinen terug naar het strand. En omgekeerd: zand van op het strand komt veel te weinig terecht op de duinen waardoor het uiteindelijk wegspoelt via de zee. Opruimen van het zand dat richting bebouwing vliegt, kost jaarlijks 5 miljoen, onder meer voor het vrijmaken van de trambedding.

Natuurlijke kustbescherming met duinen heeft als grote voordeel dat het flink goedkoper is dan betonnen constructies. En ook dat de bescherming meegroeit met de stijgende zeespiegel. Maar daarvoor moet de natuurlijke uitwisseling van zand worden hersteld, te beginnen met de plaatsen waar dat nu al mogelijk is. Dat zijn de zeldzame plekken waar de duinen nog ononderbroken tot aan het strand komen. Door daar te stoppen met machinale strandreiniging, krijgt spontane duinvorming opnieuw alle kansen.

Maar we kunnen nog verder gaan. Stel dat we het strand voor de Zeedijk van De Panne  (voor de aaneengesloten hoogbouw) afsluiten voor recreatie dan zullen daar in zeer korte tijd (enkele jaren) terug duinen ontstaan. DUS HET TERUG HERSTELLEN VAN ONS NATUURLIJK STRAND VAN VOOR DE AANLEG VAN DE ZEELAAN/ZEEDIJK IN 1892. Dit is o.a. spontaan gebeurd recht voor het  “Maritiem Hospitaal van Zuidkote”.
Ook aan het natuurreservaat de Zeebermduinen (Ter Yde) ziet men spectaculaire aangroei van de duinen tot aan de springtijvloedlijn sinds men een 10-tal jaren geleden deze strandzone afgesloten heeft.

De vroegere wandeldijk (bruin) ligt nu ACHTER de zeereepduin. foto van Mapio.net

Dit lijkt een ongelooflijke drastische maatregel maar dit is op lange termijn (2050 en meer) de enige betaalbare maatregel om De Panne te beschermen van overstroming. De buildings op de Zeedijk zouden nog zeezicht hebben vanaf de verdiepingen maar geen zeezicht meer vanaf de strandterrassen (cf de Zeedijk van De Panne tussen de Rampe en de Esplanade (met dien verstaande dat de duinen zeewaarts zouden moeten reiken tot aan de springtijvloedlijn).

Aan de westkant zouden de nieuwe duinen in het verlengde lopen van de duinen vóór de Westhoekverkaveling

Aan de oostkant zouden de nieuwe duinen in het verlengde lopen van de huidige duinen vóór de vroegere Camping Zeepark

Er weze opgemerkt dat de huidige zandsuppleties ook een belangrijke bijrol heeft nl voor Oostende en de stranden van de Oostkust als breder strand voor de strandrecreatie. Wie herrinnert zich nog het strand van Oostende vóór deze opspuitingen?

Vroeger strand van Oostende: foto van de Plate

De klimaatverandering stelt ons voor grote uitdagingen. De oplossingen zullen ook groots moeten zijn. Dat wil zeggen dat we het huidige -en recente- idee van een rechte kustlijn moeten loslaten.

Als we teruggaan naar overal natuurlijke stranden die de kracht van de golven opvangen, met duinenrijen die meegroeien met de stijgende zeespiegel dan zal geen zandsuppletie meer nodig zijn tenzij er een tekort zou ontstaan aan zandvoorraad vooraan in de Noordzee. Dan ofwel zandaanvoer op het strand ofwel aanvoer vlak voor de laagwatervloedlijn in het water van gerote zandresrves (vb de “zandmotor” in Holland) ofwel opgespoten eilanden op de bestaande zandbanken (die nu onder water liggen, in de middeleeuwen veelal bloot bij laag tij).  Dit laatste wellicht op termijn nodig voor Knokke.
De Panne heeft al meedere duizende jaren de vele overstomingen getrotseerd als een duinen-eiland.
Dit wordt bewezen door de talrijke opgravingen welke zijn gebeurd zijn in De Panne (vooral in de “Romeinse Vlakte” voordien”Romeins Kamp” genoemd). Vanaf de 3de-4de eeuw voor Christus (= de late IJzertijd) zouden de duinen continu bewoond geweest zijn tot de komst van de Romeinen. Eerst  veetelers en zoutzieders. Later onder de vroege Romeinse occupatie is er op dezelfde plaatsen een andere geromaniseerde inheemse bevolking van vissers  zich komen vestigen. Zie meer details in het prachtige boek van Hans Berquin “In het Zand Geschreven” Lees meer>>>
Als we het natuurlijke duinherstel zijn werk laten doen zullen we nog  meerdere honderden jaren de zeewaterstijging de baas zijn.

Zo komt voor onze duinen een nieuw groot toekomstig belang: nl, de natuurlijke kustverdediging. Maar hoeveel van die duinen hebben we nog aan de kust?
Dit is gemakkelijk te meten door het boek “Land in zicht” van Jo Stuyven te nemen.
Via deze beelden is mooi te meten hoeveel percentage echte duinen we hebben aan de kust. Opmeting levert 43 % van de 65 km kust (andere deel is verstedelijkt of haven). Deze lange foto werd vekleind en door de fotograaf geschonken aan de gemeente. Ze kreeg een permanente plaats in de hall van het gemeentehuis (aan het venster op het gelijkvloers) Lees>>>

Dus ongeveer de helft van onze kust is nu reeds goed beveiligd voor de voorziene klimaatconsequenties dank zijn onze duinen. Daarvoor hoeft niets gedaan te worden (alleen vermijden dat ze door over-recreatie de helmgroeiing zou beschadigd geraken. Onze helmduinen kunnen wel tegen veel, maar we mogen ze niet verkwantselen. Eventueel afsluiten op plaatsen waar men nieuwe embryonale duintjes wel laten geboren worden) .
Voor de andere helft van de kust moet ofwel regelmatig (0m de 5 jaar?) zand opgespoten worden i.f.v. de stormen ofwel moet men de stranden rechtover de zeedijken gewoonweg laten “verduinen” 
(hiervoor heeft men reeds gedeeltelijk geopteerd te Oostduinkerke en te Nieuwpoort waar men geen zand moet opspuiten. De zee is spijtig genoeg niet meer te zien vanaf de strandterrassen). Voor De Panne zou dit een geheel andere uitbating vereisen van ons droog strand. Ook het helaas het einde van de rolcabines.
Invoeging door ir. Noël Hoste: “…Voor de Nederlandse kust, die zich volop aan het wapenen is tegen de 10.000-jarige storm, wordt volop geïnvesteerd in dergelijke verduining. Op de wandelpromenades van Katwijk en Noordwijk kun je nu al de zee niet meer zien. In Noordwijk bv ligt er een ruim 50 m breed duin op het hoogstrand, tot 2 m hoog. Onder dat duin ligt een dijk verborgen, een ultieme verdedigingslijn wanneer bij extreme stormvloeden alle zand zou weggeslagen worden. Indrukwekkend. Is niet ver om eens te gaan bekijken….”

Nieuwpoort

Hoeveel geld is men bereid uit te geven via herhaalde zandopspuitingen om ons toerisme te behouden zoals nu?
Natuurlijke zeereepduinen laten groeien kost bijna niets.

Samenvatting: Wat te doen?

De 4 strandzones van De Panne

Zone I   :tussen grens en slufter: niets doen (eventueel achter de eerste zeereepduinen het oude wandelpad bloot leggen)
Zone II  :tussen slufter en zeilwagencentrum: betonnen duinvoetversteviging wegnemen
Zone III :tussen zeilwagencentrum en Esplanade: bestaande duinen herstellen: eventueel binnenkomen wandelpad aanleggen. Wordt gesuggereerd in beheerplan “De duinen en bossen van De Panne”.
Zone IV : tussen Esplanade en de Rampe: verder laten verduinen vooral aan de hoogwatervloedlijn
Zone V  : strand vóór de hoogbouw: laten verduinen vooral langs de vloedlijn. Herstel van de situatie van vóór 1892
Zone VI : strand vóór het project Zeepark en ZILT: niets doen (eventueel het zeewandelpad van het Project Zeepark doorverbinden tot Baaltje)

 

Advertenties

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Natuur. Bookmark de permalink .

4 reacties op Onze dierbare Duinen (Deel 9 van 9)

  1. noelhoste zegt:

    Voor de Nederlandse kust, die zich volop aan het wapenen is tegen de 10.000-jarige storm, wordt volop geïnvesteerd in kunstmatige verduining. Op de wandelpromenades van Katwijk en Noordwijk kun je nu al de zee niet meer zien. In Noordwijk bv ligt er een ruim 50 m breed duin op het hoogstrand, tot 2 m hoog. Onder dat duin ligt een dijk verborgen, een ultieme verdedigingslijn wanneer bij extreme stormvloeden alle zand zou weggeslagen worden. Indrukwekkend. Is niet ver om eens te gaan bekijken.

  2. noelhoste zegt:

    Misschien nog aan toevoegen dat er een verschil is in de noodzakelijke maatregelen voor kustveiligheid aan de Vlaamse en de Hollandse kust. De Hollandse kust wordt bij NW-stormen volop getroffen, terwijl de Vlaamse kust “in de schaduw” ligt van Engeland. Daarom heeft de Nederlandse overheid geopteerd voor een beveiliging tegen de 10.000-jarige storm, terwijl bij ons dezelfde beveiliging kan worden bereikt met maatregelen tegen de 1.000-jarige storm. Bij de watersnoodramp van 1953 werd het water opgestuwd tot hoogtes die overeenkwamen met een 500-jarige storm in Zeeland en een 250-jarige storm in Oostende.

    • Dank u wel voor uw medewerking Noël

      Heb uw 2 aanvullingen met plezier toegevoegd (want klopt met mijn zienswijze)

      Vindt je mijn 2 tekeningetjes van de verduining van het strand van De Panne goed? Ik bedoel vooral dat de zeekant ongeveer de natuurlijk storm-springtijwater hoog waterlijn mmoet zijn. Is die lijn goed getrokken? (ongeveer waar nu de rolcabines). Wel nogal radicaal hé voor het toerisme? Zouden we daar niet harder moeten naar verwijzen??? (misschien nu vanaf wanneer ik de « krak » van De Panne zal worden) Tot nu weinig reacties op fb ontvangen (ook geen afbrekende)

      Het is hoog tijd dat ik eens terug ga kijken naar Noordwijk (al 15 jaar geleden)

      jose

      >

      • noelhoste zegt:

        Klopt wel ongeveer, José. Ik neem aan dat MDK Afdeling Kust over gedetailleerde hoogtemetingen beschikt, maar die lijn zal wel ongeveer aan de rolkabienen liggen als ik aan de recente foto’s van de 6 Bft storm bij springtij denk. Komt ook ongeveer overeen met de waterhoogte (5,67 m boven TAW) bij de storm van februari 2009 die we samen gedocumenteerd hebben. Toen lag die lijn veel dichter bij de wandeldijk, maar sinds de laatste suppleties is die lijn een stuk naar zee geschoven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.