Samenwerking windmolenparken Franco-Belge

Toekomstig RTE transformatorstation op zee voor Duinkerke

In een vorige DE BLIEDEMAKER werd aangetoond dat er weinig kans bestaat dat de Fransen het windmolenpark van Duinkerke verder in de zee zullen plaatsen (i.m.v. hun strenge veiligheidseisen inzake scheepvaartverkeer. Zie verder de zeekaarten).
Een ander zeer belangrijk aspect is het transport van de opgewekte elektriciteit naar de bestaande HS netten. Niet alleen een groot deel van de investeringen (de Fransen schatten op 1/3 nl 500 M€). Dit aspect werd ook mee besproken in het 4 maanden durende”débat publique”.

Verslag gepubliceerd op 16/2/2021>>>>>
De Fransen hebben een grote troef doordat ze dicht bij het zwaar uitgebouwde 380 kV net zitten aan de kerncentrale van Gravelines. Daar zou ook transportcapaciteit kunnen vrijkomen wanneer de eerste van de 6 reactoren beginnen te sluiten vanaf 2030. (deze beginnen dan meer dan 50 jaar levensduur hebben).
In België hebben we voor de aansluiting van het geplande “Princes Elisabeth Windpark” vlak vóór DP een groot probleem. Toen de grote 380 kV interconnectie HS lijnen gebouwd werden in de jaren 80 voor de Belgische kerncentrales was nog weinig zware industrie in West Vlaanderen en hierdoor werd de provincie bijna volledig uitgesloten van dat 380 kV net. Nu draaien de rollen om. De grote nucleaire productie van Tihange en Doel (6 GW) worden gestopt in 2025 (of vrij kort erna) maar de E-productie verschuift zijn zwaartepunt van midden België naar de productie op zee. Aan de kust komen ook 3 zware interconnector lijnen toe vanuit het buitenland (Nemo (bestaand 1 GW, Nautilus 1,4 MW? en Interconnector vanuit Denemarken 1,5 GW (?))). Som 4 GW + 2 GW van de eerste fase windmolens op zee + 2 GW of meer voor tweede fase. Dus 8 GW verschuift naar zee in plaats van voeger 6 GW kerncentrales in het binnenland.
Dat wordt een zeer zwaar probleem. Een nieuwe HS 380 kV luchtlijn dwars door West Vlaanderen is onvermijdelijk (Ventilus project). Nieuwe tracés lopen door landbouwgebieden en dit riskeert een lange en moeizame vergunningsperiode te worden.

Zullen die lijnen reeds beschikbaar zijn in 2025 wanneer men plant de eerste 0,7 MW nieuwe windenergie in dienst te nemen op de Princes Elisabeth zeegronden?
Of zou België niet beter samenwerken met Frankrijk waar Duinkerke op een stevig HS net geconnecteerd is?

Belgisch OSY (Offshore Switch Yard) – MOG AC HS-station op 40 km vóór Knokke (2019) verbonden met nieuwe HS-post Stevin
Uit FEDERAAL ONTWIKKELINGSPLAN VAN HET TRANSMISSIENET 2020-2030


1.Federaal ontwikkelingsplan van het HS-transmissienet 2020-2030 door ELIA

Het federaal ontwikkelingsplan (FOP) wordt vierjaarlijks opgesteld en bevat de investeringsplannen van de transmissienetbeheerder Elia voor de ontwikkeling van het transmissienet voor minstens 10 jaar. In het federale ontwikkelingsplan, voor de periode 2020-2030 bij de federale minister ter goedkeuring ingediend, staat.
Reeds gerealiseerd:

1. Stevin-as van 8 GW
Verbinding Horta (Zomergem)-Brugge (centrale Herdersbrug)- Stevin(Zeebrugge)
Men heeft met enorm veel moeite deze 380 kV verbinding kunnen in dienst nemen in 2017. Die was absoluut nodig om de productie van de laatste 4 windmolenparken vóór Knokke op te nemen en ook voor de nieuwe Nemo Link van 1 GW naar de UK. Deze dubbele hoogspanningslijn is een “antenne” op het groot Belgisch interconnectie HS-net. Dit is een onveilige situatie. Één van die 2 HS lijnen (47 km waarvan 10 km ondergronds) kan uitvallen voor onderhoud of incidenten.
2. project Ventilus of de nieuwe HS-verbinding Stevin (Zeebrugge)-Izegem-Avelgem (centrale Ruien) van 6 GW
Het is de normale praktijk in gans West Europa om met vermaasde HS netten te werken. Bij uitval van 1 HS-lijn neemt automatisch de andere lijn over en de E- HS post blijft dus gekoppeld. Dit moet ook dringend uitgebouwd worden voor West-Vlaanderen. Temeer dat de centrale van Ruien afgebroken werd en de aanwezigheid van grote verbruikers is toegenomen (o.a. de elektro-intensieve diepvriessector) en ook de decentrale productie in West-Vlaanderen is gegroeid. Ook de komende onshore windmolenparken zouden hierop kunnen gekoppeld worden alhoewel deze van veel lager vermogen zijn. Bijvoorbeeld het project “Windpark E 40 Bewester” voor 17 windmolens in de Moeren.
Dus deze verbinding ZEEBRUGGE over Izegem is primordiaal en ook beslist. Elia is wel volop aan het onderhandelen met de gemeenten rond de mogelijke trajecten om de vergunning rond te krijgen dwars door West Vlaanderen. Meer>>>
3. Op deze verbinding komt een nieuw HS-station TBD (= locatie nog te bepalen) waarop de kabels komende van het stopcontact op zee en de geplande interconnector Nautilus zouden worden op aangesloten. Hiertoe zijn er mogelijkheden voorzien in het “basisalternatief” van de GRUP-Startnota dat wellicht nog zal gewijzigd worden door de volgende stappen van het planMER en het latere definitieve GRUP:
1. Aanlanding van de offshore kabels voor tweede fase windturbines (700 MW in 2025- en 1.050 MW in 2028) in Bredene (220 kV) ten oosten van het Fort Napoleon + Realisatie van een nieuw tussenstation in het Oostendse havengebied. via een ondergrondse 220 kV-kabelcorridor Oostende-Gezelle naar een nieuw HSstation 220/380 kV (“TBD”) naast Gezelle in Brugge (De Spie). Ondergronds.
2.Aanlanding van de .. kV DC-verbinding Nautilus in Bredene ten oosten van het Fort Napoleon.  (cf in oosten van B de 1.000 MW ALEGrO (Aachen-Liège Grid Overlay) ook een HVDC kabel Van B naar Duitsland).
Doortrekking via nieuw ondergrondse .. kV DC-verbinding van de kust naar het nieuw AC/DC conversiestation in Brugge (Herdersbrug). Vandaar via een ondergrondse 220 kV-kabelcorridor Herdersbrug-Gezelle naar een zelfde nieuw HS-station 220/380 kV (“TBD”) naast Gezelle in Brugge (De Spie)
3. Een bovengrondse 6 GW 380 kV-verbinding tussen Gezelle en Izegem. verlengen naar Stevin (ZBR) (3MW) via nieuwe bovengrondse 380 kV. Versterken bestaande 380 kV in onderstation Izegem en bestaande lijn Izegem-Avelgem. Deze lijn kan maar over maximum 60 km ondergronds geplaatst worden.
Lees 4.1.5 in >>>>

2.Verbinding van tweede geplande Belgisch Windpark met het Belgische HS-net

Een variant is om het nieuw onderstation TBD ergens onderweg te bouwen middenin tussen Brugge en Izegem of in Izegem zelf. De verbinding van het aanlandingspunt van de zeekabels tweede fase windmolens, de interconnector Nautilus en eventueel de nieuw geplande connector vanuit Denemarken zou ondergronds kunnen naar dit nieuwTBD waar ook de converterstations zouden naast gebouwd worden om de ondergrondse gelijkstroom verbindingen om te zetten naar wisselstroom op 380 kV.
Dit mogelijk tracé is nog niet gekend. De plaats van de aanlandingspunten aan de kust zijn hiervoor belangrijk. Tractebel heeft wel een studie uitgevoerd om te evalueren welke stranden in aanmerking komen over de volledige kust. Het strand moet voldoende breed zijn voor de aanlegwerken en boringen. Zo worden voorgesteld: Koksijde–Doornpanne, Oostende–Ten westen van Fort Napoleon, De Haan–Vosseslag, De Haan–Zwarte Kiezel, Wenduine–West, Wenduine-Oost en Zeebrugge–Zone ten westen van westelijke strekdam. De studie van Tractebel zag ook geen problemen om in het geval van Oostduinkerke met een grote geleide boring de kabels te verlengen tot achter de duinengordel (vb naar bestaand 150 kV onderstation waar luchtlijn naar Izegem via Beerse en ook een kabel naar Oostende. Misschien kunnen de kabels verder doorlopen naar ..of de luchtlijnen vervangen worden door een 380 kV lijn. Dus een TBD in Oostduinkerke of wat meer in het binnenland want zo’n TBD moet in een 380 kV net geschakeld worden. (dergelijke boringen van 1.000 m onder de duinen werden reeds gerealiseerd onder het eiland Norderney in de Waddenzee). De spanningen van de lijn moeten 380 kV zijn om verweven te worden in het internationaal verbaasd HS interconnectienet. Zulke lijnen op wisselstroom kunnen maar beperkte afstand ondergronds wegens mogelijke instabiliteiten ingevolge wisselspanningen. Lees Ventilus spanning>>>>
Er zijn nog andere varianten met gelijkstroom (zie verder)

3. HS transport offshore

Het Arkona transfostation in de Baltische zee het dochterverblijf “50 Hz” van Elia (2018-2019).

Er zijn 2 families van technologieën: wisselstroom of gelijkstroom.
1. via MOD op wisselstroom (HVAC)
Overal op de wereld werden de eerste windmolenparken met individuele kabels aangesloten op de dichtbije HS-post op het vaste land (de eerste Belgische waren de C-Power windmolens in 2014).
Intussen is de techniek geëvolueerd. Men plaats centraal in het windmolenpark een eiland op palen waar de individuele windmolens op aangesloten worden (men spreekt van een “stopkontact op zee”. Daar bevindt zich een transformator die de spanning optransformeert naar de netspanning van het binnenland (dus dan slechts 3 kabels naar de kust met kleinere diameter). Voorbeeld: voor het EMD project van Duinkerke is de windmolen spanning 66 kV en de uitgangsspanning van het transformeren station op zee 225 kV.
Zo’n installatie op zee noemt men een OMD (Offshore Modular Grid) in Belgie voor het eerst toegepast voor de tweede reeks windmolens in 2018.
2. lange afstandskabels op gelijkstroom. (HVDC)
Deze techniek is veel complexer en wordt alleen maar toegepast voor transport van elektriciteit op zeer grote afstanden (>200 km). Bestaat reeds lang voor zeer lange verbindingen in Noord Amerika van Oost naar West, Rusland, China, India…, meestal bovengronds. In Europa voor het eerst tussen Calais en Engeland (1.000 MW in 1990. Hiervoor zijn complexe omvormigsstations nodig, tot heden steeds op het vaste land. Zou dat ook kunnen op zee gecombineerd met een MOD?
In ieder geval zal de aansluiting van zo’n installatie op het 380 kV interconnectienet aanleiding geven tot NIEUWE HS lijnen in West-Vlaanderen: Ventilus (ten ware men samenwerkt met Noord Frankrijk waar een zeer stevig HS net aanwezig is voor de aansluiting van de 6 kerneenheden van Gravelins. (wellicht zullen de oudste eenheden vanaf 2030 uit dienst genomen worden na een levensduur van 50 jaar)

4. Een energie-eiland in de Noordzee

In het kader van het nieuw windmolenpark in de Elisabeth-zone zijn de studies bij ELIA volop bezig voor 1 of meerdere MOG transfostation op zee  (=Modular Offshore Grid) zoals men in 2019  gebouwd heeft voor de aansluitingen van de laatste 4 windmolenparken rechtover Knokke met de nieuwe HS-post Stevin te Zeebrugge (sinds 2019). 
Ingevolge het Belgisch voorstel om 100 M€ van de Europese subsidies voor duurzame investeringen te bestemmen voor een meer uitgebreid MOG systeem (eerder een klein energie-eiland, niet te verwarren met de vroeger waanideeën voor een accumulatie-eiland voor de kust van Wenduine waar DE BLIEDEMAKER nooit in geloofd heeft).
Men denkt nu ook om deze MOGs te integreren ook als een knooppunt van het project voor een tweede onderzeese stroomverbinding Nautilus vanuit Groot-Brittannië en de projecten voor een nieuw stroomkabel met Denemarken. En waarom niet voor het windmolenpark EMD voor Duinkerke.
Zo een grote integratie zal mogelijk vertraging veroorzaken voor deze projecten.
Elia moet tegen de periode 2025-2028 de nieuwe reeks windenergieparken in de Belgische Noordzee aansluiten (700 MW in 2025- en 1.050 MW in 2028)
De investering voor zo’n mini eiland zouden zijn zeer hoog zijn (tussen 800 M€ en 1.200 M€?). 
Is de technische en economische haalbaarheid van de aanleg van een mini energie-eiland haalbaar?
Wat men zal doen hangt af van de Europese subsidies (100 M€) en de mogelijkheid om op het eiland nog andere economische activiteiten een plaats te geven. Eventueel een installatie voor de productie van ‘groene’ waterstof?

De bouw van de nieuwe windmolens in B zal na 2020 gebeuren via een openbare aanbesteding (“tendering” genoemd). De regering keek daarbij naar Nederland als voorbeeld. Onder andere door te werken met een tenderprocedure kan men nu in Nederland windparken bouwen zonder subsidie (mits het gratis aanbieden van de HS aansluiting naar het land)
De huidige windmolens op zee in België werden gebouwd en worden uitgebaat met zeer hoge subsidies. Deze worden verrekend door taksen op de facturen van de E-verbruikers. De Belgische overheid mikt nu voor de nieuwe windmolens ook op een zo laag mogelijke subsidieringskost. Ze wil ook de nieuwe concessies voor windfarms op de internationale markt  “tenderen”. In het verleden werden de domeinconcessies in B verleend zonder dat er met het vereiste subsidieniveau rekening werd gehouden. Voortaan zullen de domeinconcessies toegewezen worden door  “concurrerende inschrijvingsprocedure”  die dus internationaal in mededinging uitgeschreven zal worden
INGEVOLGE DIT NIEUWE FEDERALE FINANCIERINGSSYSTEEM VOOR DE OFFSHORE WINDMOLENS ZULLEN DEZE NIEUWE HOGE INVESTERINGSKOSTEN DOOR ELIA NIET MEER AFBETAALD WORDEN VIA ONZE E-FACTUUR MAAR VIA ALGEMENE FEDERALE MIDDELEN

5.Samenwerking met Frankrijk

Burgemeester Bram Degrieck stelt een Frans Belgische samenwerking voor.
In het syntheserapport van de “Débat Publique” gepresenteerd op 16 februari op internet (duur 2:30 uur inclusief een discussieronde) Lees>>>
In deze voorstelling wordt voor het eerst regelmatig gesproken over de discussiepunten aangebracht door België. De 7 punten overgemaakt door de Belgische regering hebben blijkbaar hun echo
Lees punt 9 op >>>
Men stelt voor dat de concertatie over deze punten met België besproken wordt van staat tot staat. In een volgende fase bij de aanvraag van de Omgevingsvergunning is een procedure voorzien in de Europese reglementering om die hinder bij de buurlanden mee te evalueren.

Link naar rapport Lees>>>

Over de samenwerking bedoelt door burgemeester Bram alvast 2 aanmerkingen.
DE BLIEDEMAKER veronderstelt dat hij met het Franco-Belge idee bedoelt om de windmolens van Duinkerke (F) te integreren met de Belgische tweede fase van het “Princes Elisabeth Park” (Fairybank en Noordhinder North and South) (B) dat gepland WAS om in 2021 getenderd te worden vóór DP op veel grotere afstand (40 km) in analogie met het Belgisch Nederlands (gepland) park vóór Cadzand (NL) (zie plan onderaan). 
1. Locatie
Blijkbaar heeft burgemeester Bram niet de besprekingen gevolgd gedurende de “concentratie” in 2016. De noordelijke grens van het park is bepaald door strenge eisen van de Franse diensten die instaan voor de veiligheid van de scheepvaart. Zij hebben een afstand van 5 zeemijl (= ongeveer 10 km) geëist ten zuiden van de zeer drukke zeevaart TSS in het Nauw van Kales en 2,5 zeemijl ten zuiden van de “route du banc des Flandres”. Dit bepaalt de noordelijke grens van het Franse windmolenpark (de blauw/purperen lijn op de onderste figuur). Het nieuwe Belgische park B zal dicht tussen de 2 scheepvaart TSS liggen. Een F zone in spiegelbeeld t.o.v. de grens is te dicht bij de grote scheepvaartroute. 

De blauwe/purperen lijn is de maximum noordgrens i.v.m. scheepvaart: eis van 10 zeemijl

Maar ook hier komen de Belgen te laat want het was gepland dat in het “Princes Elisabeth” windmolenpark eerste fase in 2021 moest getenderd worden door de minister van Energie Tine van Der Straeten.
Merk op dat ook de 6 andere gelijkaardige Franse windmolenparken van 500 MW die reeds vroeger getenderd werden ook dicht bij de kusten van Bretagne en Normandie liggen. Alleen het nog niet getenderde 8ste groot park van 1 GW zal liggen in volle zee voor de kusten van Normandië.
Ook de veel langere afstand tot de kust is een grote meerkost voor de hoogspanningsverbinding. Voor het franse project bedraagt die ongeveer 500 M€ op de totale investering van 1.500 M€ (HS-post op zee, kabels en nieuwe HS-post aan land inbegrepen).
2. Aansluiting op het landnet
Natuurlijk zou bij samenwerking B-F een synergie mogelijk zijn voor deze kosten via een gemeenschappelijke transmissie naar het HS-net.
Immers de regio van Gravelines is zeer zwaar uitgebouwd op het 400 kV net. In Frankrijk zijn wellicht geen nieuwe bovengrondse HS-leidingen hiervoor nodig. Temeer doordat men ook denkt van 2030 de eerste reactoren van Gravelines te sluiten wegens het bereiken van de voor Frankrijk nationaal vastgestelde maximum levensduur van kerncentrales op 50 jaar. Internationaal moet het mogelijk zijn op dezelfde zeekabels elektriciteit te transporteren want dit gebeurt ook internationaal steeds over de 380 kV luchtlijnen. De vraag zou wel moeten gesteld worden aan HS-netbeheerder Elia of er geen problemen zouden kunnen optreden bij de uitbating (bij incidenten).
Dus samenwerking Franco_Belge om de gezamenlijk de off-shore productie in het 400 kV net te injecteren lijkt me te onderzoeken.
3. Interconnectie van de MOG’s (eventueel op gelijkstroom)
Deze tendens is zich aan het aftekenen in de zee tussen Denemarken en Duitsland met het “Combined Grid Solution”. Dit is een belangrijk offshore project dat “50 Hz” (dochteronderneming van Elia) in samenwerking met de Deense systeembeheerder Energinet uitgevoerd heeft. Het is een hybride systeem dat de Duitse regio Mecklenburg-Voor-Pommeren verbindt met de Deense regio Sjaelland. Door de twee offshore windparken Baltic 2 in Duitsland en Kriegers Flak in Denemarken met elkaar te verbinden, realiseren “50Hertz” en Energinet een wereldprimeur. Dit is de eerste hybride interconnector die Duitsland met Denemarken verbindt door gebruik te maken van de infrastructuur van bestaande offshore windparken. Deze ervaring van Elia zou dus ook kunnen gebruikt worden om zowel het Belgisch Princes Elisabethpark als EMD van Duinkerke te verbinden met het sterk Noord-Franse hoogspanningsnet via gemeenschappelijke 220 kV kabels.
4. Interconnectie windmolenparken via HS gelijkstroom
Deze techniek is de enige om lange onderzeese interconnecties uit te voeren off-shore. Zo heeft Frankrijk ook zeer concreet gevorderde plannen om een nieuwe zeeverbinding te investeren met de UK. (hebben reeds sinds 1961, als eerste op de wereld, een verbinding Calais-Lydd. In 1986 vervangen door nieuwe 2 GW kabel tussen Kent en Calais Lees>>>).
Maar in Duitsland is men zeer recent begonnen met grote off-shore windparken met gelijkstroom te verbinden Borwin, Helwin, Dorwin en Sylwin. Referenties DC zeekabels.
Dit is nog een grote stap verder. Immers gelijkstroom is veel meer geschikt om elektriciteit ondergrond te transporteren in vergelijking met wisselstroom. Dit lijkt dus het ei van Columbus te zijn.
Lange tijd is dit onmogelijk geacht omdat ieder DC-MOG moet uitgerust zijn met de wisselstroom/gelijkstoom converter. Deze zijn niet alleen zeer duur en kwetsbaar maar ook enorm volumineus omdat de afstanden van de onderdelen groot moet zijn i.v.m. overslag. Ook betrouwbare HS gelijkstroom lastschakelaars zijn niet evident. Maat toch begint men ermee. Referenties Energie-eilanden Duitsland>>
Indien deze technologie op punt staat is het geen technisch probleem meer om het “Princes Elisabeth-MOG” ondergronds te verbinden via Oostduinkerke tot aan Izegem om daar de converter te installeren voor injectie in de nieuwe Ventilus HS-luchtlijn.

6. Franse verbinding Duinkerkemet Kingsnorth in UK

De Fransen zijn reeds zeer concreet gestart met hun nieuwe gelijkstroom-interconnector met het Verenigd Koninkrijk:
Le projet GridLink en GridLink Interconnector Ltd est le maître d’ouvrage. RTE est maître d’ouvrage du raccordement de cette interconnexion au réseau de transport d’électricité français, consistant à 1. construire un poste électrique, appelé poste de Bourbourg, raccordé sur le réseau électrique existant à 400 000 volts ;
2.créer une double liaison souterraine à 400 kV, en courant alternatif, entre la station de conversion GridLink, positionnée sur la commune de Bourbourg, et le nouveau poste électrique de Bourbourg, de 3 km environ.
Le projet de raccordement électrique concerne uniquement la commune de Bourbourg, localisée à 10 km environ de l’agglomération dunkerquoise. La concertation publique concernant ce projet a repris en octobre 2020 avec des réunions publiques, des réunions thématiques et une exposition virtuelle (https://gridlinkinterconnector.com/fr/accueil/ et https://www.rte-france.com/actualites/nouvelle-phase-de-concertation-pour-gridlink-et-rte).

7.Besluit

De grote offshore windfarms kennen een ongelooflijk snelle ontwikkeling. Aansluiting op het Belgisch 380 kV net vereist in ieder geval een de nieuwe HS-luchtlijn van Zeebrugge naar Izegem dwars door landelijk West-Vlaanderen. Zal deze bijtijds (2025?) in dienst komen????
Een andere optie is aansluiting op het Franse HS net te Duinkerke (nieuwe HS post waar RTE de 220 kV aansluiting voorziet dicht bij de nieuwe aardgasterminal van Duinkerke. Daar zouden ook een waterstoffabriek kunnen komen om indien er overproductie is aan windenergie deze om te zetten in “blauwe waterstof”. (deze kan dienen om met het hoogovengas van Sidmar synthetische brandstoffen te produceren vb kerosene)
Een gloednieuwe veelbelovende techniek is de gelijkstoom interconnectie van windmolen-hubs genombineerd met internationale DC interconnectoren (vb tussen Denemarken en Duitsland met de zustermaatschappij van onze Belgische Elia). Dan wordt internationale samenwerking de regel.
Dus het idee van burgemeester Bram is nog niet zo naïef. Benieuwd wat Elia en onze Franse netbeheerders daarover denken. Elia is hiervoor onze gesprekspartner
.

Een BolWin eiland met AC/DC Converter op de grens Duitsland-Nederland

Toegevoegd na de Texas blackouts. Het grootste probleem is er dat de elektriciteitsnetwerken verouderd zijn en veel te weinig interconnecties hebben. Van alle ontwikkelde landen hebben de Amerikanen het meeste last van elektriciteitspannes. Energiebedrijven hebben veel te weinig geïnvesteerd in verbeteringen en in verbindingen tussen staten. Vandaar het grote belang van Europese samenwerking voor de verbindingen van de nieuwe windmolenparken.

Over DE BLIEDEMAKER

"Teruggespoelde" echte Pannenoar sinds 1993. Vroeger burgerlijk ingenieur bij ELECTRABEL, nu zelfstandig natuurgids. Het e-mail krantje DE BLIEDEMAKER is gestart in september 2005
Dit bericht werd geplaatst in Gemeente Politiek, Stedenbouw. Bookmark de permalink .

4 reacties op Samenwerking windmolenparken Franco-Belge

  1. julienbulcke zegt:

    volledig akkoord dat die windmolens beter op het Franse 380 kV net worden aan gesloten. Dit 380 kV net is ruim bemeten en via Avelin kan de productie terug in België binnen komen.

    • Merk op, dit is maar mijn persoonlijke mening. Ik vraag me af hoe de mensen van Elia daarover denken.
      Verder heb ik ook gesuggereerd dat de aansluitingen van de windfarmprojecten best Europees geoptimaliseerd worden. En met de nieuwe (nog dure en volumineuze AC/DC converters) zijn lange afstanden onder zee mogelijk.

      • De Wilde zegt:

        Oei, oei zoals ik de uitleg lees, zal er idd in België zwaar moeten onderhandeld worden. De gebruikelijke protestgroepen in gedachte.

        • Inderdaad Patrick. Zeker om die strikt noodzakelijk 380 kV luchtlijn dwars door West-Vlaanderen te realiseren. …en dan nog andere verbindingen. Maar ik denk dat Elia daar zeer goeie info procedures heeft. Tinne van Der Straete heeft het gezegd dat ze veel steun zal nodig hebben van de Vlaamse regering om haar federale energieswitch mogelijk te maken. Alles duurt bij ons verschrikkelijk lang. Ik zal nog moeten lang leven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.